Leven in het nu met je verleden achter je

Het nu
In het nu zijn houdt in dat je waarnemingen vooral bepaald worden door wat er nu is en niet door wat er eerder was. Het houdt ook in dat je indrukken waar je niet op gericht bent langs je heen kunt laten gaan; dat je je niet laat verstrooien en dat je niet-ontvankelijk kunt zijn. Dat vraagt er om tot op zekere hoogte ertoe in staat te zijn niet te horen waar je niet naar luistert en niet te zien waar je niet naar kijkt; om zelf te bepalen welke indrukken je opdoet. Het nu vraagt al met al om actieve, geconcentreerde aandacht.

Er bestaan binnen moderne mindfulness-literatuur veel oefeningen die erop gericht zijn je aandacht voor het nu te versterken. Deze oefeningen laten je ervaren wat het verschil is tussen geconcentreerde waarnemingen en waarnemingen waarbij je wordt afgeleid. Een bekende mindulness-oefening is bijvoorbeeld die waarbij je probeert werkelijk met aandacht een rozijn te eten. Het is inderdaad een enorm verschil of je achteloos een rozijn opeet, of dat je een rozijn werkelijk met aandacht proeft. 

Een andere oefening om in het nu te blijven is de zogenaamde body-scan. Hierbij laat je geleidelijk je aandacht gaan van je kruin naar je voetzolen en weer terug. Langzaam ‘scan’ je elk deel van je lichaam dat je met je aandacht passeert. Je blijft er kort bij wanneer je iets opmerkt en gaat dan weer door. Je kan merken dat zo’n oefening van alles kan losmaken. Het is dan zaak om aan de oefening vast te houden: Langzaamaan door blijven gaan van onder naar boven en weer terug; en ook al komen er aangrijpende emoties of belangwekkende herinneringen boven, je doet niets meer dan deze kort en accepterend opmerken. Je oefent hiermee niet alleen bij een bepaalde indruk te blijven; ook laat je andere indrukken, waarop je niet speciaal gericht bent, voor wat ze zijn.

 

Het nu versus emotionele lading uit het verleden
In rust ervaar je grip op je belevingswereld, op je waarnemingen, je herinneringen enzovoort. Je kan zelf bepalen waar je je aandacht op richt en waarop niet. Je belevingen en waarnemingen zijn in principe passend bij de situatie. Je ervaart deze als onafhankelijk van jezelf. Er is dan op tot op zekere hoogte een duidelijk onderscheid tussen jezelf als waarnemer en het waargenomene.

Toch zal steeds ook overmatig in je belevingen en waarnemingen kunnen sluipen wat niet van nu is. Je innerlijke en uiterlijke waarnemingen kunnen emotioneel beladen raken met wat niet van nu is. Onder oude emotionele lading kan je verstaan een samenhangend geheel van gedachten, gevoelens en neigingen dat je eerder hebt beleefd. Opkomende oude emotionele lading wil dus zeggen dat je verleden ruimte begint in te nemen en zich opdringerig mafnisteert in het heden. Je verliest daarbij jezelf, bevindt je niet meer in het centrum van waaruit je doorgaans waarneemt. Oude belevingen gaan als het ware met je aan de haal.

Oude lading kan zich manifesteren op verschillende manieren, op verschillende ‘plekken’ van je functioneren. Oude lading kan zich manifesteren in je denken en spreken, in je voelen en emoties, in je herinneringen, in je waarnemingen, en in je gevoel van identiteit en de situatie waarin je je bevindt. Zo kan je waarneming van je omgeving als het ware vertroebeld raken met wat niet van nu is. Je hebt dan niet zozeer meer waarnemingen, jij bent voor een deel ook die waarnemingen. Je zit ergens in, in iets wat uit het verleden afkomstig is en dit beinvloedt je denken en voelen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je schrikt van een klein onschuldig hondje, nadat je de dag ervoor bent gebeten door een grote valse hond. Je perceptie van dat hondje zegt niet zozeer meer iets over dat hondje, maar vooral ook iets over jou en je verleden. Je waarneming is doortrokken geraakt van jezelf. Oude lading heeft een overmatige invloed gekregen op je denken en voelen en beleving van de realteit. 

De verhoudingen van wat je ervaart kunnen veranderen onder invloed van oude lading. Dingen gaan er iets anders uitzien, feller en intenser bijvoorbeeld. Ook kan een facet van een herinneringsbeeld sterk je aandacht trekken en eruit springen. Verder kan je jezelf of anderen beleven op een manier die niet helemaal passend is bij je omstandigheden van nu. Je gevoelsreactie kan heftiger worden, maar ook juist vlakker dan je zou verwachten op basis van wat zich voordoet. Beladen herinneringen kunnen op je netvlies gebrand blijven, in plaats van weg te zakken en te gaan behoren tot het grijze verleden. Gedachten en gevoelens over jezelf en daarbij het gevoel in een bepaald soort situatie te staan, kunnen zich aan je opdringen.

Zolang het verleden op zijn plek blijft, vormt het de ondergrond voor wat je in het heden beleeft. Tenslotte, alles wat je beleeft, beleef je op de basis van je verleden, van je eerdere ervaringen. Eerdere ervaringen hebben de huidige mogelijk gemaakt. Vroegere ervaringen hebben je mee gevormd tot wie je bent geworden. Dat wil niet zeggen dat je huidige ervaringen geheel voortkomen uit het verleden. Het heden kan net zo’n bepalende rol spelen voor je belevingswereld als het verleden. Zolang je in het nu aanwezig bent, ervaar je je belevingen ook als enigszins losstaand van het verleden. Je voelt je er niet direct door beïnvloed. Het speelt niet een doorslaggevende rol in hoe je nu denkt en voelt en je gedraagt. Wat gebeurd is is gebeurd en wat nu is is nu. Je verleden werkt niet direct door in het heden. Het verleden voelt min of meer aan zoals je je eigen lichaam kan beleven: je hebt het, maar je bent het niet. Je bent je verleden niet, je hebt een verleden. Vroegere ervaringen kan je als verwerkt beleven, meer of minder weggezakt in een grijs verleden. Echter, net zoals je lichaam pijnlijk kan opspelen, zo kan ook de waarneming van je omgeving pijnlijk beladen raken. Oude emotionele lading herleeft op zo’n moment. Wanneer oude lading opspeelt in je waarnemingen herleeft in feite je verleden. 

Je bent enigszins terug in de tijd. Het verleden vormt niet langer de grond waarop je staat, maar wordt tot een moeras waarin je wegzinkt.

Het verleden omvat alle ervaringen voorafgaand aan het heden. Een herlevend verleden kan betrekking hebben op iets wat kort geleden is gebeurd, maar ook op iets uit je vroegste kindertijd. 

Zoals je lichaam pijn zal doen van tijd tot tijd, zo kunnen je vroegere ervaringen pijnlijk tot uiting komen in de manier waarop je je omgeving beleeft. Ze werken dan al te direct door in je huidige gedrag en belevingswereld. Je hoeft je er niet eens van bewust te zijn welk verleden precies herleeft. Herlevend verleden wil slechts zeggen dat iets uit het verleden met je op de loop gaat en je verwijderd raakt van het heden. Je gedragingen, je gevoelens en je perceptie van je omgeving raken doordrenkt van je verleden. Het verleden wordt te bepalend. 

Net als lichamelijke pijn, is een herlevend verleden een normale ervaring die terugkerend optreedt bij iedereen. Bij de een intenser en vaker dan bij de ander, maar toch is het een normaal optredend fenomeen. Het is echter de kunst steeds opnieuw het verleden op z’n plek te krijgen en het contact met het heden te herstellen. Daartoe is het nodig om de lading die een herlevend verleden met zich meebrengt emotioneel te verwerken, je zelfbeeld bij te stellen en de draad op te pakken. Zoals het een opluchting is wanneer lichamelijke pijn weer is gezakt, zo ook voelt het als een bevrijding en opluchting wanneer het lukt om oude emotionele lading te laten oplossen en wegzakken. Je merkt het direct wanneer deze enigszins oplost en je contact met het heden herstelt. 

Het verleden herleeft doorlopend in je waarnemingen en belevingen. Het is niet mogelijk om permanent in het nu te leven met het verleden op z’n plek. Ook is het niet mogelijk om te voorkomen dat je verleden zal herleven. Net als een dilemma zich niet laat wegmaken, kan je ook niet werkelijk ontkomen aan oude emotionele lading. Je kan proberen weg te blijven bij het verleden, maar dat wil niet zeggen dat het verleden zal wegblijven van jou. Beladen, onverwerkte ervaringen wachten er als het ware op om te worden verwerkt (gementaliseerd). Hierbij geldt het spreekwoord: wat in het vat zit, verzuurt niet. 

Wel is het steeds mogelijk om oude lading uit het verleden te verwerken en een nieuwe start te maken in het heden. Zodra dit lukt zal je belevingswereld objectiever worden. Herinneringen van lang geleden gaan dan ook aanvoelen als iets van lang geleden. Een handgebaar van iemand, dat eerst nog een sterke indruk op je maakte, valt misschien nauwelijks meer op en zegt je niet zoveel meer. Enzovoort. 

Zoals een herlevend verleden jouzelf kan verrassen, zo zal jij ook anderen verrassen voor zover je functioneert vanuit je verleden. Je percepties en belevingen passen niet meer helemaal bij het heden en dat zal ook gelden voor je reacties daarop. Je uitingen zijn niet meer zozeer een reactie op wat je in de werkelijkheid omgeeft. Daardoor word je enigszins onvoorspelbaar voor anderen. Zij kunnen niet direct weten waarop je uitingen een reactie zijn, namelijk op ervaringen uit je verleden.

 

In welke psychologische processen kan het verleden herleven?
Een herlevend verleden komt tot uitdrukking op tenminste 5 verschillende manieren. 

  1. In je denken associeer je naar -, of juist weg van beladen onderwerpen.
  2. Je voelt sympathieën en antipathieën die niet passend zijn.
  3. Herinneringen dringen zich op, of blijken onbereikbaar.
  4. De waarnemingen die je opdoet zijn beladen. 
  5. De beleving van je identiteit en je situatie raakt beladen.

Hieronder worden deze 5 processen beschreven en de manier waarop ze beladen kunnen raken. 

  1. Je denken en de associaties die je maakt

Je kan alles met alles in verband brengen. Elke ervaring in het heden kan je willekeurig in verbinding brengen met elke ervaring uit het verleden. Normaliter zullen je associaties passend zijn. Je associaties kunnen echter ook vooral in het teken van het verleden komen te staan. Oude lading kan zich aan je opdringen doordat deze je ertoe aanzet bepaalde verbanden te leggen met willekeurige ervaringen in het heden. Wanneer je denken meer door je verleden dan door het hier-en-nu wordt bepaald, leidt dit tot associaties die logisch kunnen lijken, maar toch ook niet helemaal voor de hand liggen. Ze komen immers niet werkelijk voort uit het heden.  Ze hebben bij nadere beschouwing meer met jezelf, met je verleden te maken. Zo kan je in de voortgaande stroom van je denken of spreken als het ware toewerken naar een beladen iets uit het verleden. De lading waarin je verzeild bent geraakt maakt dan dat je als vanzelf associeert naar een bepaalde gedachte toe. Bijvoorbeeld kom je steeds weer over een bepaalde persoon te denken. Of in gesprek met een ander beland je op je stokpaardje. Je gedachten of woorden nemen kortom een wending die niet helemaal voor de hand ligt. Wie onbevangen naar je luistert zal op zo’n moment verrast worden door je associaties. Deze worden pas begrijpelijk zodra de lading van waaruit je associeert helder wordt. 

  1. Je voelen en de sympathieën en antipathieën die je beleeft. 

In je voelen zal een herlevend verleden zich manifesteren in een verandering van de emoties en in de sympathieën en antipathieën je ervaart. De heftigheid of koelheid van je emoties zal niet geheel passen bij de omstandigheden. Je zal in reactie op een omstandigheid emoties kunnen ervaren die je anders waren geweest, wanneer de betreffende lading er niet was geweest. Iemand vindt het bijvoorbeeld heel burgerlijk en afstotend om een compleet servies te hebben. Want in zijn jeugd, die hij terugkijkend als stuitend burgerlijk ervoer, was het iets heel positiefs om een compleet servies in huis te hebben. Terwijl hij over het algemeen iemand is die niet erg geïnteresseerd is in huisraad.

3. Beladen herinneringen komen op  

Doorgaans komen herinneringen op en zakken ze ook weer weg. Ze verliezen na verloop van tijd hun intensiteit. Herinneringen gaan behoren tot ‘het grijze verleden’. Je kan er vrij op terug kijken. Herinneringen kunnen echter ook beladen worden. Er herleeft dan iets van je verleden in je herinneringen. Dat klinkt paradoxaal, omdat herinneringen per definitie betrekking hebben op je verleden. Echter, ook het je herinneren van een vroegere ervaring is een psychologisch proces dat met -, maar ook zonder bijkomende oude lading kan plaatsvinden. Het verleden kan overmatig doorwerken in elke beleving die je kan hebben, ook in herinneringen. Elke beleving waarin het verleden herleeft, verandert daardoor. Dat is niet anders voor een gedachte-associatie waarin lading doorwerkt, dan voor een herinnering die beladen is. 

Kortom, in een herinnering die beladen is geworden, gaat een bepaalde oude lading schuil. Dergelijke beladen herinneringen kunnen plotseling schijnbaar uit het niets en intens voor je staan. Je herinneringen zijn daarbij vertekend geraakt door de lading die erin schuil gaat. Het perspectief op wat je je herinnert staat onder invloed van de oude lading die de herinnering aandrijft. Kleuren kunnen feller zijn, geluiden scheller. Bijvoorbeeld kan je aandacht sterk en aangrijpend worden getrokken naar de ogen van iemand in een herlevende herinnering. Zijn blik is onder invloed van de betreffende lading schijnbaar priemend geworden. Zulke herlevende beelden voelen ook niet aan als gewone, vrije herinneringen aan vroeger. Ze voelen meer als een herbeleving waarin je opnieuw een vroegere ervaring beleeft alsof deze nu opnieuw gebeurt. Je ziet alles weer voor je alsof je terug bent in de tijd. 

Bijvoorbeeld hoor je iemand iets zeggen en de klank van zijn stem haalt ineens een herinnering aan een heel andere situatie omhoog. De intensiteit van de opgekomen herinnering kan zodanig zijn dat het lijkt alsof wat je je herinnert zojuist is gebeurd. Zelfs wanneer de betreffende gebeurtenis jaren geleden is gebeurd. Zo’n beladen herinnering kan je bovendien zodanig in beslag nemen, dat het het uitgangspunt wordt voor je verdere denken, voelen en handelen. Het trekt je weg van waar je was met je aandacht. 

Pas wanneer zo’n herbeleving verwerkt wordt, neemt hij een andere, passendere gestalte aan. Hij kan dan tot het grijze verleden gaan behoren, als een gewone herinnering.

 

4. Je waarneming zelf raakt beladen.

Zolang je rustig bent, kan je de dingen proberen te zien en te ervaren zoals ze zijn. Dat wordt echter verstoord, wanneer oude lading zich in je waarnemingen begint te manifesteren. Je neemt je omgeving en jezelf dan overmatig waar in het licht van het verleden. Daardoor kan je omgeving zelfs er iets anders uit gaan zien dan anders. Je gaat in het heden iets herkennen, wat je eerder hebt gezien of gehoord; je begint het heden te ervaren zoals je iets uit je verleden hebt ervaren. Dat leidt tot een verwrongen beeld. Zoals bij zich opdringende herinneringen je beeld van het verleden wordt verwrongen door oude lading, zo raakt nu je perceptie van het heden verwrongen. Dit wordt ook wel het projecteren van het verleden op het heden genoemd. Het heden neemt dan een gestalte aan – en krijgt een lading die meer met je verleden te maken heeft dan met het heden. Je interpretaties van – en gedragingen naar je waarnemingen zullen daardoor ook niet geheel passen.   

Zelfs al besef je dat wat je ervaart niet kloppend of passend kan zijn, dan nog kan het voelen alsof dat wel zo is. Zelfs een kleur kan onontkoombaar een sterke lading krijgen. Je partner zegt bijvoorbeeld iets waar je normaal gesproken amper iets aan zou beleven. Nu echter ervaar je datgene wat zij zegt als erg aanstootgevend. Haar woorden en/of haar manier van praten zijn ineens beladen voor je geworden. Het kan dan in dit geval zo zijn dat de boosheid die je eerder op dag ervoer bij de interactie met iemand anders, nu tot beleving komt in de interactie met je partner. Datgene wat je vervelend vond eerder op de dag projecteer je nu op het gedrag van je partner. Een ander voorbeeld kan zijn dat je een bepaalde persoon of zelfs maar een locatie vermijdt. Die persoon of locatie is beladen geworden en roept emoties bij je op die je liever niet wil voelen. Je kan deze persoon of locatie niet meer zien en beleven zoals deze is. Het is uiteraard niet gunstig als je je niet eens meer realiseert dat de lading die je ervaart, niet zozeer met die persoon of locatie nu te maken heeft, maar met het verleden. 

Er is niets in je omgeving waar niet oude lading zich zou kunnen manifesteren. Met andere woorden, aan alle aspecten van je omgeving kan lading tot uitdrukking komen. Je kan onwillekeurig alles projecteren op alles.

5. Je identiteit en de situatie waarin je je bevindt

Doorgaans kan je je tot op zekere hoogte vrij voelen om te kiezen voor wat je belangrijk vindt, om te zijn hoe je wilt zijn. Ook de ander kan je nemen voor wat hij is. Bij deze vorm van een herlevend verleden echter beginnen aspecten van je eigen identiteit, maar ook die van de ander beladen te raken. Er dringt zich van binnenuit lading aan je op. Deze lading lijkt helemaal uit jezelf voort te komen en bij je te passen, en ze bepaalt je beleving van jezelf, van de ander van jullie relatie tot elkaar. Er wordt iets bij je naar boven gehaald van vroeger en daarin verander je voor je gevoel. Vanuit het perspectief van deze lading, van hoe je bent in het licht van deze lading, schrijf je nu bovendien vanzelf ook de ander toe hoe hij is. Het dringt zich aan je op hoe de situatie waarin je staat in wezen is. Er is kortom als het ware iets onder je huid gekropen dat je identiteit bepaalt en de situatie waarin je je voelt staan. Je voelt je opgenomen in een complex van gedachten en gevoelens dat niet van nu is, maar wel nu bij je boven is gekomen en waaraan je niet zomaar kan ontsnappen. Niet alleen je beleving van jezelf, van hoe je gevoelsmatig beleeft dat je bent, maar ook van anderen wordt gedomineerd door je verleden. Iets of iemand in het heden wordt voor je gevoel zoals iets of iemand uit je verleden was; en ook jijzelf wordt tot op zekere hoogte weer zoals jijzelf in het verleden was.

Dit proces gaat verder dan het beoordelen en beleven van jezelf of anderen in het licht van het verleden, zoals hierboven beschreven. In dat geval verandert je waarneming ergens van. Wat je waarneemt, heeft een gestalte aangenomen die niet van nu is. In dit geval echter is niet alleen de uiterlijke vorm veranderd, maar vooral ook de innerlijke essentie. 

Wie op deze wijze zijn verleden herleeft en zichzelf en de ander aanziet voor wat hij niet werkelijk is, zal bij deze ander daardoor naar boven halen wat ook niet werkelijk bij hem past. De lading die zich aan jou opdringt van binnenuit, zal zich door jouw toedoen ook aan de ander opdringen. Die ander zal de neiging gaan voelen om zich te identificeren met deze lading en van daaruit samen met jou te gaan interacteren. Je kan zogezegd werkelijk het slechtste bij de ander naar boven halen. Wie in zichzelf een redder ziet en in een ander een slachtoffer dat gered moet worden, zal onvermijdelijk de neiging voelen die ander zo te gaan behandelen. Dit zal het gevoel oproepen bij die ander daadwerkelijk een slachtoffer te zijn. Het is dan onvermijdelijk dat hij deze drang tot identificatie met slachtofferschap beleeft. Hij zal dan ook de neiging voelen zich dienovereenkomstig te gaan gedragen in jouw bijzijn. De redder heeft dan een slachtoffer ‘gecreëerd’ en zal sterk de neiging voelen deze als zodanig te behandelen en bijvoorbeeld te proberen hem te redden van een vermeend onheil; het ‘slachtoffer’ zal in de ander een redder ervaren en zal onwillekeurig aanleiding kunnen gaan geven gered te worden. Zodra die ander zich verwijdert van zijn ‘redder’, zal hij echter kunnen merken dat de lading die bij hem omhoog was gekomen, weer wegzakt. Het had ook in feite niets met hem te maken dat hij deze identificaties ervoer. Het is ook mogelijk dat de één zichzelf als een slachtoffer begint te ervaren en in de ander een dader gaat zien. Dat kan in die ander de neiging oproepen zich als een dader te gaan gedragen. 

Zodra aan dergelijke identificaties wordt toegegeven, ontstaat er een nieuwe werkelijkheid. Deze zal een herhaling zijn van het verleden van één van beiden, of zelfs van beiden. Het zal ervan afhangen in hoeverre degene die wordt aangezien voor bijvoorbeeld dader of slachtoffer, vatbaar is voor een dergelijke identificatie. Wie zichzelf vanuit zijn verleden ergens ook als dader ervaart, zal het moeilijker hebben om weerstand te bieden aan de lading die uitgaat van een willekeurige ander die zichzelf als slachtoffer ervaart. Zo ontstaan ‘selffulling prophecies’ en herhaalt zich de geschiedenis. Een voorbeeld: Wie ooit onder de indruk van een ander is geweest en daarbij het gevoel heeft gekregen een bedrieger te zijn, zal onwillekeurig bij zijn omgeving de bevestiging kunnen gaan opwekken van deze gedachte. Dat zal die persoon weliswaar niet willen, maar toch zal hij er toe neigen. Hij zal zichzelf ervaren als een bedrieger, de ander als iemand die hem kan ontmaskeren en vanuit die lading ‘het spel uitspelen’. Hij voelt zich van binnen een bedrieger, zal ook bij de ander het gevoel opwekken met een bedrieger te maken te hebben. Het merkwaardige is dat het voor ‘de bedrieger’ zal voelen alsof de cirkel pas rond is, wanneer hij ontmaskerd is. De opluchting ontstaat dan zodra  ‘het weer klopt’, doordat het weer past bij hoe hijzelf en de ander zijn voor zijn gevoel. De kans is daardoor groot dat hij na verloop van tijd ook daarwerkelijk zo zal worden gezien en behandeld. Het is tragisch wanneer dit zo gaat met extreem slecht behandelde kinderen: Wat er ooit bij hen aan negativiteit is ingeplant, komt tot rust zodra ze het in de buitenwereld hebben teruggevonden: Ze zijn uitgekomen bij nieuwe mishandelaren. 

Echter, ook in minder extreme gevallen zal de geschiedenis zich herhalen. Steeds als iets bij je is binnengekomen zonder dat je het door had, zal dit ‘niet-ik’, dit ‘onechte zelf’ een weg naar buiten zoeken. Je identificatie van jezelf en anderen met beladen ervaringen uit je verleden, werkt zodoende sterk als een selffulfilling profecy.

 

Deze vorm van herlevend verleden is het gevolg ervan dat in een vroegere situatie iets “binnen kwam”, dat je iets waarnam zonder dat je er helemaal bij kwam. Er gebeurde iets bij je, zonder dat je het besefte. Er is in feite sprake van een herlevende ervaring die ooit onverwerkt onderdeel van je binnenwereld is geworden. Er is indertijd een ‘corpus alienum’, een ‘vreemd lichaam’ onderdeel van je identeit geworden. Met andere woorden, een ‘vals-zelf’ is onderdeel geworden van jezelf.  Zodra dit tot ‘niet-zelf’ opnieuw in je bewustzijn komt, verander je voor je gevoel in iets wat je niet zelf bent zonder dat je daar direct controle over hebt. Het zit onder je huid. Een eenvoudig voorbeeld van dit proces is wel een liedje dat je in gedachten hebt en niet kan terughalen hoe je er op bent gekomen. Het kan zijn dat je het liedje ergens hebt gehoord zonder dat je dat op dat moment merkte. Of je het bij het rechte eind hebt of niet, je zal sowieso vanzelf een verklaring ervoor zoeken dat je dit liedje in je gedachten hebt. Misschien zal je denken dat dit liedje goed bij je stemming past, en je er daarom aan denkt. Zonder dat je doorhebt dat je dit liedje zojuist hoorde in een supermarkt en je stemming daar vervolgens bij ging passen. Zo kan het liedje een plaats krijgen in je gedachtenwereld, die het feitelijk niet toekomt. Of een ander voorbeeld van een misinterpretatie die zo tot stand komt: Je merkt bijvoorbeeld dat je zin hebt gekregen om een hamburger te eten. Echter ben je je er niet van bewust dat je een reclame-uiting over hamburgers hebt waargenomen. Onvermijdelijk zal je die toestand van trek ergens in het verdere beloop van je gedachten een plaats geven. Je zal misschien denken dat je ‘gewoon’ trek hebt omdat het al bijna etenstijd is, en je ‘daarom’ zin hebt in een hamburger. Zo kunnen ook allerlei ideeën over jezelf en anderen zich in je vastzetten, zonder dat je beseft hoe die ooit in jou zijn gekomen. De verklaringen die je zodoende voor je gedrag of ervaringen zoekt, krijgen daardoor een verkeerd uitgangspunt: Je neemt een beeld van jezelf of een ander uitsluitend als oorzaak voor het verdere beloop; in plaats van ook als gevolg van wat daaraan vooraf ging.  

Voor zover dit mechanisme optreedt in de interactie tussen mensen wordt het ook wel projectieve-identificatie genoemd: je projecteert iets op jezelf en anderen en wel zodanig dat jij en die ander er zich mee identificeren. Dergelijke identificaties ontstaan het sterkst op jonge leeftijd, want een kind is dan nog niet goed in staat is zelfstandig indrukken te verwerken. Maar ook op latere leeftijd zullen nieuwe indrukken bij je binnen kunnen komen en van daaruit gedachten, gevoelens en neiging tot handelen bij je worden gewekt. Ook dan zal het zo lijken alsof deze van binnenuit komen, terwijl ze in feite van buitenaf zijn ingebracht. Zoals bij reclameboodschappen.

 

Hoe kom je terug in het heden, hoe maak je je los van je verleden?
Wie in de ban raakt van het verleden, verliest op dat moment enigszins het contact met zichzelf en zijn omgeving. Alle processen die reeds eerder werden beschreven, raken op dat moment verstoord. 

  • Je kijkt niet langer naar jezelf, maar wordt innerlijk door oude lading meegenomen.  
  • Je verhoudt je niet meer vanuit jezelf tot jezelf en anderen, maar voelt en denkt vanuit oude gedachten en emoties.
  • Je bent niet meer werkelijk aanwezig en kan niet meer echt ingaan op wat zich voordoet
  • Je raakt verwijderd van wat je werkelijk wil en raakt gedreven in je doen en laten.

In de ban raken van je verleden en het contact verliezen met het heden zijn twee kanten van dezelfde medaille. Je komt alleen verder wanneer je beide aanpakt. Dan kan je in het heden kan zijn met het verleden op zijn plek en kan je teruggaan in de tijd zonder het contact met het heden te verliezen. Ook al probeer je nog zo goed te functioneren in het heden, een onverwerkt verleden zal je daarbij blijven hinderen. En andersom kan je je verleden niet goed verwerken, zolang je niet gericht blijft op vrij functioneren in het heden. 

Terugkomen in het heden vraagt kortom twee verschillende activiteiten: Het verwerken van oude lading enerzijds en vrije gerichtheid op het heden anderzijds. Beide voltrek je onafhankelijk van elkaar, ook al hangen ze samen. Het volstaat niet om te proberen ofwel oude lading te verwerken ofwel uitsluitend in het nu te zijn. Het verleden zal zich aan je blijven opdringen, het nu zal je blijven ontglippen. Het proces van heling van verwerking en verder gaan met je leven dient hand in hand met elkaar te verlopen. 

Overigens is het niet zo dat het verleden uitsluitend doorvoeld dient te worden en het heden slechts vraagt om een gedragsverandering. Zoals nog zal blijken omvat het verwerken van het verleden dat je niet alleen terugkijkt naar hoe het was, maar ook dat je het nogmaals doorleeft, zij het met de wijsheid van nu. Zo ook kom je met het heden niet verder door alleen maar je anders op te stellen, maar dien je ook je te verhouden tot jezelf en je omgeving. Meer specifiek, alle vier genoemde processen dienen te worden hersteld, zowel in de beleving van oude lading als in je functioneren in het nu. 

Het kan zo zijn dat een verwerkingsproces van wat oud vooraf gaat aan een gedragsverandering t.o.v. van wat nu. Ook is het andersom mogelijk dat een gedragsverandering in het heden nodig is om een verwerkingsproces beter mogelijk te maken. Het komt niet op de volgorde aan. Beide zijn noodzakelijke elementen voor persoonlijke groei waarbij je in het heden terugkomt en in harmonie raakt met je verleden. Blijft echer het ene element te lang buiten beschouwing, dan stagneert ook het andere. Het is net als stappen zetten, om en om met beide voeten. Als je te lang  met de ene voet blijft doorschuiven, stagneert de vooruitgang. Die komt echter direct weer op gang zodra je de andere voet vooruitzet.

Het verwerken van het verleden wil niets anders zeggen dan dat je oude lading oplost waar die zich voordoet. Gerichtheid op het heden houdt in dat je je niet laat afhouden van het nu door oude lading. Dit zal zich afspelen in de beschreven vijf aspecten van je functioneren: (1) in de loop van je denken en spreken, (2) in je gevoelens, (3) in je herinneringen, (4) in je waarnemingen en (5) in je beleving van de identiteit van jezelf en anderen. 

Waar ook op enig moment oude lading optreedt, daar dienen de vier genoemde processen te worden hersteld. Dit is van belang zowel voor verwerking van het verleden als voor het functioneren in het heden van belang: 

  1. Jezelf hervinden in het kijken naar jezelf; 
  2. Je verhouden tot jezelf èn anderen;
  3. Aanwezig kunnen zijn èn kunnen ingaan op jezelf en anderen (mentaliseren);
  4. Kunnen kiezen voor wat je van belang vindt en daar vorm aan geven. Met andere woorden, doen en laten wat goed voelt, wat juist is.

Het helpt daarbij wanneer een ander naar je luistert en op je ingaat. Toch is het voor een stap richting innerlijke vrijheid en psychologische flexibiliteit noodzakelijk om ook jezelf te helpen; om op een helpende manier in te gaan op wat er nog in je leeft uit het verleden. Hoe dit in zijn werk gaat wordt nu besproken voor elk van de vijf genoemde manifestaties van oude lading. 

 

Oude lading en de oplossing ervan op de plek waar deze zich manifesteert

  1. Je associeert niet meer naar de inhoud, maar begint een oud spoor te volgen

Oude lading kan de loop van je denken of spreken ombuigen. Bijvoorbeeld kan je op een gegeven moment opmerken dat je een stokpaardje van je bent begonnen te berijden. Om hiermee verder te komen kan kan je jezelf vragen stellen als: 

  • Op welk moment precies veranderde het beloop van je gedachten of het beloop van wat je zei en belandde je op een oud spoor? Hoe kom je terug bij het onderwerp waar je vanaf was geraakt? Hoe blijf je daar de volgende keer bij, wanneer deze lading weer aan je gaat trekken?  
  • Wat is dat voor een oud spoor waar je op was beland?

2. Je voelen past niet meer bij de omstandigheden, maar meer bij iets van het verleden

Een verheviging of vervlakking van je emotionele uitingen kan optreden, die eigenlijk niet passend is. Bijvoorbeeld wordt je feller over iets dan je doorgaans bent.

In hoeverre is je emotionele reactie passend? Wat is het verschil precies tussen hoe je nu reageert en je zou reageren op een situatie als deze wanneer het niet beladen zou zijn Je kan je ook afvragen hoe een ander waarschijnlijk zou reageren in dezelfde situatie van nu? 

Wat omvat deze emotionele lading nog meer, afgezien van je gevoelsuitingen? Welke gedachten of neigingen horen er nog meer bij? Als je deze oude lading op zichzelf neemt, uit welke elementen bestaat deze, hoe kan je hem beschrijven?

 

3. Beladen herinneringen dringen zich op.

Beladen herinneringen vormen één van de manifestaties van oude lading. Zulke beladen herinneringen aan vroegere ervaringen verwerk je niet anders dan hoe je actuele ervaringen verwerkt vanuit innerlijke vrijheid: Je beleeft de gebeurtenis waarop deze herinnering betrekking heeft nogmaals, maar nu vanuit innerlijke vrijheid. 

De uitdaging is daarbij om steeds vanuit je eigen tijdeloze waarnemend zelf aanwezig te zijn t.o.v. je herinnering; èn om je te vereenzelvigen met jezelf in je herinnering. Je gaat terug in de tijd èn je blijft in het heden.

De 4 genoemde processen verlopen als volgt: 

  1. Je probeert het zover te brengen dat je naar jezelf kan kijken, naar jezelf in je herinnering. Je ziet in de betreffende herinnering jezelf staan in een bepaalde omgeving. 
  2. Je verhoudt je vanuit je tijdloze waarnemend zelf tot de jij die je waarneemt in je herinnering; en daarbij verhoud je je ook tot je omgeving in je herinnering. Het is zoals je een ander zou helpen die in de toestand is, waarin jij vroeger was. Je verhoudt je vanuit jezelf-nu op een helpende wijze tot jezelf-toen en tot je omstandigheden toen.
  3. Je bent daarnaast ook helemaal aanwezig in je herinnering: Geconcentreerd, wilskrachtig en met je gevoel erbij. Misschien blijk je nog ‘een paar tranen te gaan’ te hebben en is het helpend jezelf dat nu toe te staan. Tegelijkertijd kan het goed zijn om je nu eens niet in boosheid te verliezen. Of andersom kan het erop aankomen je boosheid toe te laten en je tranen onder controle te houden. Verder ga je in op jezelf en anderen in die situatie, met begrip en onbevangenheid. Wellicht kan je met de wijsheid van nu gaan begrijpen hoe je je indertijd gedroeg, of hoe een ander zich gedroeg. Of je stelt jezelf nu een vraag over toen waar je in elk geval indertijd niet direct het antwoord op had geweten. 
  4. Tenslotte is het van belang om in je herinnering tot de juiste keuzes te komen. Dat wil zeggen tot keuzes die je indertijd zou hebben kunnen maken, als je had beschikt over de wijsheid van nu. Zodanig dat je kan voelen dat je nu opgewassen bent geworden tegen de situatie van toen. Je kan daardoor tot je laten doordringen dat je situatie zou kunnen doorstaan, mocht de situatie van toen zich nu voordoen.

Een voorbeeld. Een vrouw had jaren geleden een partner gehad. Ze was helemaal verliefd op hem geweest en eigenlijk was ze dat ergens nog steeds. Toch had ze destijds de relatie verbroken, omdat ze had beseft dat de relatie geen succes was en waarschijnlijk ook niet zou gaan worden. Hij had vaak lelijk tegen haar gesproken, zijn handjes zaten los en hij had haar voortdurend bedrogen. Ze meende achteraf dat ze het juiste had gedaan door de relatie te verbreken. Echter, nog steeds jaren nadien kon haar warme gevoel voor hem weer boven komen. Ze ging dan weer twijfelen aan haar keuze. Ze vroeg zich dan b.v. af of hij niet zou zijn veranderd als ze een of andere oplossing meer tijd had gegeven. Deze twijfel loste langzaamaan op naarmate ze meer ging mentaliseren over haar herinneringen aan zichzelf en hem indertijd. Dit was een proces waarbij allerlei heftige emoties geleidelijk tot rust kwamen. Ze stelde zich bijvoorbeeld de vraag hoe het voor haar steeds was geweest als hij zich slecht gedroeg tegenover haar. Ze probeerde zich onbevangen te herinneren hoe hij reageerde als ze iets zei van zijn gedrag. Ze vroeg zich af hoe hij vermoedelijk zou hebben gereageerd op wat ze hem nu zou kunnen zeggen? Ook probeerde ze opnieuw te kijken naar de jongen en zijn gedragingen waar ze toen zo verliefd van werd. Dit alles maakte dat haar huidige beleving van hun relatie en haar beleving ervan destijds een samenhangend geheel begonnen te worden. Voorheen had ze boosheid gevoeld bij zijn ongewenste gedrag en warmte bij de lieve kant die ze aan hem ervoer. Beide kanten van zijn gedrag kon ze niet met elkaar in verband brengen. En ook haar eigen gedrag ervoer ze steeds als tegenstrijdig. Haar beeld van toen werd nu echter een geheel en haar beleving daarbij kwam tot rust. Ze kon nu pas gaan voelen wat ze toen rationeel had doorgezet: dat ze echt geen intieme relatie meer met hem wilde. 

Herinneringen die eerst levendig op een bepaalde manier optraden, kunnen door op de juiste wijze stil te staan bij vroeger iets anders eruit komen te zien. Ze kunnen gaan vervagen en niet meer zo scherp optreden alsof alles zojuist nog is gebeurd. De dingen kunnen letterlijk en figuurlijk in een nieuw daglicht komen te staan. Een voorval dat aanvankelijk een bepaald gevoel opriep, kan bij nader inzien een heel ander gevoel oproepen, of een veel minder sterk gevoel. Herinneringen die al te ver weg waren gezonken, kunnen daarentegen juist weer levendiger worden.

Bijvoorbeeld bleef een werknemer een wel erg heftige boosheid voelen bij een correctie door zijn leidinggevende. Het lukte hem op den duur om de samenhang te zien tussen zijn heftige boosheid en eerdere ervaringen uit zijn leven. Daarnaast lukte het hem op een begripvolle manier stil te staan bij zijn leidinggevende en de correctie die hij gaf. Uiteindelijk ervoer hij de correctie als een weliswaar onplezierige, maar ook begrijpelijke actie van zijn leidinggevende. Het hield hem na verloop van tijd niet meer zo bezig als eerst nog. De werknemer was uiteindelijk helemaal in het hier-en-nu gekomen. Dit stuk van zijn verleden was voor hem echt verleden tijd geworden. 

 

4. De omgeving, de ander en zijn gedrag, mogelijk ook je eigen gedrag, raakt beladen

Het oplossen van oude lading in je waarneming verloopt niet wezenlijk anders wanneer de aanblik van een spinnetje beladen is geraakt, dan wanneer het gedrag van een persoon beladen voor je is.

De vier genoemde processen dienen te worden hersteld, wat ook precies in je waarnemingen beladen is geraakt:

  1. Je richt je blik op jezelf in de situatie waarin je je bevindt. Dit kan lastig zijn wanneer de beladen waarneming je sterk in beslag neemt. Toch komt het erop aan je af te wenden van wat beladen is in je omgeving en je te wenden tot jezelf. 
  2. Niet alleen neem je jezelf waar, je verhoudt je ook tot jezelf. Alleen vanuit innerlijke rust kan je je ergens toe verhouden! 
  3. Zolang het lukt rustig te blijven en je te verhouden tot jezelf, is het mogelijk om aanwezig te worden in de situatie. Dat wil vooral zeggen bij enerzijds bij je gevoel te komen en anderzijds je emoties te kunnen indammen. Verder kan je dan meer ingaan op jezelf. Wat is er zo heftig voor jou aan de situatie, aan wat je waarneemt? Kan je er begrip voor opbrengen dat dit zo is? Wat zou een doorbraak in deze situatie in de weg kunnen staan? Angst voor escalatie? 
  4. Tenslotte komt het erop aan je erop te bezinnen hoe je zou omgaan met wat je waarneemt, wanneer deze niet beladen zou zijn. Er zal sprake zijn van een dilemma. Wat vraagt deze waarneming en deze situatie van je, wil je hem werkelijk doorkomen en oplossen? 

Bijvoorbeeld zegt je partner iets tegen je wat je tegen staat. Je hoort in haar opmerking een verwijt en ervaart dat als heftig en onterecht. Normaliter zou je misschien de opmerking die ze maakte helemaal niet als een probleem ervaren en misschien zelfs niet als het verwijt dat je er nu in bespeurt. In de eerste plaats komt het erop aan je eigen overmatige boosheid gewaar te worden en in ogenschouw te nemen. Hoe zou je je verhouden als je een ander zo boos zou zien reageren? In dit geval zou je wellicht hem proberen te kalmeren, vanuit de inschatting dat hij om de een of andere reden lijkt te overreageren. Kan je je boosheid wat dimmen en nog meer gevoelens opmerken bij jezelf? Kan je enerzijds bevestigen dat je partner inderdaad ergens een verwijt maakt, maar dat het anderzijds de vraag is waarom je daar nu zo fel op reageert? Als ze het misschien niet zo verwijtend bedoelde als lijkt, hoe zou ze dan haar opmerking bedoeld kunnen hebben? Hoe ga je met deze situatie verder? Is dit werkelijk iets om een punt van te maken? Hoe zou je hebben gereageerd als deze situatie niet zo beladen voor je was geweest? 

Vermoedelijk zal je naast boosheid ook nog andere gevoelens bij jezelf kunnen opmerken, zoals bijvoorbeeld verdriet. Dit gevoel kan echter wijzen op lading die verbonden is aan je gevoel van identiteit en van de situatie waarin je je voelt staan. Zo wijst de lading op de ene ‘plaats’ de weg naar lading op een van de andere genoemde ‘plaatsen’. Het zal ook duidelijk zijn dat in dit voorbeeld beladen herinneringen omhoog kunnen komen. Tenslotte is waarschijnlijk aan dit moment iets voorafgegaan wat boosheid heeft nagelaten bij je. 

 

5. Je identiteit raakt beladen

Oude lading kan zich zodanig manifesteren dat er gedachten en gevoelens bij je opkomen, waar je niet voor zou willen kiezen als dat mogelijk was. Dergelijke beladen gedachten en gevoelens voelen echter als vast onderdeel van jezelf. Het voelt alsof jij het bent, van wie dergelijke gedachten en gevoelens uitgaan. Je hebt er niet werkelijk grip op. Je kan er niet direct vanaf, net zoals met elke vorm van emotionele beladenheid. Zoals een huilend kind vanaf een bepaalde leeftijd niet meer direct veranderd kan worden in een lachend kind. Hooguit kan je een verdrietig kind troost bieden en ermee praten, waarna het op den duur weer vrolijkheid zal kunnen beleven. Zo ook kan je hooguit een beladen geworden deel van je identiteit gunstig beinvloeden. Het onder controle krijgen en direct veranderen is daarentegen niet werkelijk haalbaar.

Kortom, wanneer je identiteit beladen raakt, verander je voor je gevoel in een bepaald persoon met bepaalde gedachten en gevoelens. Die persoon zal anders zijn dan hoe je jezelf doorgaans beleeft. Zo kan die persoon aanvoelen als een kind, maar ook als een soort volwassen bruut. 

Die persoon ben je voor een deel zelf, maar voor een deel ook niet. Je bent deze persoon die je in jezelf voelt in zoverre zelf, dat jij het bent die deze persoon in zich voelt. Jij hebt deze persoon in je en daar is niet direct iets aan te veranderen. Je bent deze persoon daarentegen niet zelf voor zover je naar dit niet-zelf kan kijken en je er toe kan verhouden, er contact mee kan maken en kan bepalen hoe je je gedraagt niettegenstaande de neigingen van dit niet-zelf. 

Dit niet-zelf kan voor je gevoel interacteren met anderen als in een emotioneel beladen bubbel. Deze bubbel is net als je beladen identiteit zowel reëel-werkelijk als slechts een beleving. Zij is werkelijkheid, in zoverre dat je interacties binnen deze bubbel zich afspelen in de werkelijkheid. Zij is niet reëel in zoverre dat het een beleving is van de werkelijkheid, die volkomen subjectief is. Echter, je te gedragen naar oude lading waarmee je je identificeert, voedt deze niet alleen. Het creeert ook interacties en situaties in het heden. Deze zijn weliswaar het gevolg ervan dat een stuk niet-zelf in je zich uitleeft. Net zoals je versmolten kan raken met niet-zelf in je, kan je dat met de bubbel die daarmee gepaard gaat. Je kan de interacties binnen deze bubbel gaan beleven alsof je deze zelf over je hebt afgeroepen. Ten dele is dit echter niet zo. Tenslotte heb je de situatie niet willekeurig over jezelf afgeroepen, maar een stuk niet-zelf in jou heeft dat gedaan. Uiteraard draag je steeds de verantwoordelijkheid voor je gedrag in de situatie waarin je je bevindt. Dat wil echter niet zeggen dat je de situatie helemaal aan jezelf te danken hebt. Misschien is het passender om te zeggen: je hebt het te danken aan niet-zelf in je. 

Ook bij het oplossen van lading in je identiteit en situatie, staat het herstel van de vier genoemde processen centraal: je kijkt naar jezelf, je verhoudt je tot jezelf en je omgeving, je maakt contact met jezelf en je omgeving en je komt tot waardegerichte keuzes.

Dat is niet anders dan bij het verwerken van beladen herinneringen, of bij het omgaan met mensen of dingen die beladen zijn geworden. Het verschil is slechts de plek waaraan de lading kleeft: aan je herinneringen, aan datgene wat je buiten je kan waarnemen, of zoals in dit geval: aan de beleving van jezelf en de situatie waarin je je bevindt. 

Het komt er bij het verwerken van beladen niet-zelf op aan om vanuit je eigenlijke zelf contact te maken met dit niet-zelf, het er te laten zijn, en er op in te gaan. Kortom, je mentaliseert over dit niet-zelf in je. 

Bij lading die optreedt in je herinneringen, richt je je op jezelf in de herinnering. Bij lading die verbonden is met je waarnemingen, kijk je naar jezelf in de situatie waarin je je bevindt. Lading die in jezelf optreedt maakt het noodzakelijk je aandacht te richten op 

de jij die je voor je gevoel wordt en op de situatie waar je voor je gevoel in staat. Voor een deel kan je jezelf ervaren als staande in een gevoelsrealiteit. Dat wil zeggen een situatie die niet werkelijk is wat het voor je gevoel lijkt. Je staat erbij en kijkt ernaar hoe de situatie je overkomt, hoe je verandert in iemand die je niet wil zijn en hoe je je gedraagt op een manier waar je niet voor bent. 

Net als bij de andere vormen van herlevend verleden kan het moeilijk zijn om deze gevoelsrealiteit in beeld te krijgen. Deze realiteit in jezelf kan je zodanig tegenstaan of irreëel op je overkomen, dat je er geen contact mee wil maken. Je verwerpt dan dit niet-zelf, oftewel, je verwerpt een deel van jezelf. 

Ook kan je je belevingen eenzijdig gaan zien als een oorzaak, in plaats van als een gevolg. Daardoor kan je jezelf over het hoofd zien in de bubbel waarin je jezelf gevoelsmatig beleeft. Je maakt geen onderscheid meer tussen jezelf en je niet-zelf. Je kan niet naar je niet-zelf kijken en je tot je niet-zelf en deze gevoelsrealiteit verhouden. Dat is echter noodzakelijk om tot verwerking van dit soort lading te komen. 

In de beladenheid waarin je je nu bevindt dien je niet alleen je te leren kijken naar je niet-zelf en je daarmee los te maken van de identificatie met wat je als jezelf ervaart. Daarbij komt het erop aan je te verhouden tot dit niet-zelf. Het is dan de vraag hoe het voor je is, om in de situatie (d.w.z. de gevoelsrealiteit) te zijn waarin je je beleeft; en hoe het is om eraan toe te zijn zoals je eraan toe bent (in die gevoelsrealiteit). Je verhoudt je tot de jij die je bent voor je gevoel in die situatie. Je vraagt je nadrukkelijk niet alleen maar af hoe de situatie is voor jou, zoals je doet wanneer slechts je waarnemingen beladen zijn geraakt. Dat zou er namelijk toe leiden dat je je niet-zelf als uitgangspunt blijft nemen. In tegendeel, je vraagt je hoe jij eraan toe bent in de iditeiteit waarin je voor je gevoel bent veranderd. 

Neutrale indrukken, zoals een liedje, dat je hoorde zonder dat je daarvan bewust was, zullen tot neutrale indrukken van je niet-zelf leiden. Echter, negatieve ervaringen zullen ertoe kunnen leiden dat je in de bubbel die je nu ervaart je jezelf gaat zien als negatief in een bepaald opzicht. Als iemand met een schuld, of als iemand zonder rechten, of juist als iemand die zich van alles kan permitteren. Hoe is het voor jou om jezelf zo te ervaren? Hoe is het voor jou om gevoelsmatig iemand te zijn met schuld? Misschien voel je in deze bubbel overmatig veel verdriet om een bepaalde ander, of juist overmatig veel angst voor zijn oordeel. Het gaat er nu niet om getroost te worden of gerustgesteld. Dat zou je identificatie met wat je in feite niet bent juist versterken. Het gaat er om te voelen hoe het voor je is om dit verdriet of die angst te voelen. 

Niet alleen dien je een verhouding tot jezelf-in-die-bubbel te vinden, maar ook tot de ander zoals je hem beleeft binnen die bubbel. Stel dat je vanuit je eigen schuldgevoel de ander beleeft als erg zielig, of vanuit je eigen angst als erg beangstigend. Hoe is het daarentegen voor jou om binnen de betreffende bubbel vanuit innerlijke rust die ander waar te nemen? Het staat vast dat diens gedrag een andere indruk op je zal maken en een ander gevoel bij je zal wekken, zolang je kan blijven waarnemen vanuit innerlijke rust. 

Niet alleen ga je vanuit rust en afstand op dit niet-zelf in, maar daarnaast dien je je ook te identificeren met dit niet-zelf, met deze persoon in jezelf die zijn eigen beladen gedachten en gevoelens beleeft. Het is een niet-zelf dat deze gedachten en gevoelens beleeft, en tegelijkertijd ben je het ook zelf die ze beleeft. Deze sub-persoon in jezelf beleeft zichzelf en zijn omgeving op een bepaalde manier, heeft zijn eigen neigingen en gevoelens. Het komt erop ook aan te gaan voelen en denken (mentaliseren) vanuit dit niet-zelf: Aanwezig te worden en op jezelf en anderen in te gaan. Wanneer je je identificeert met dit niet-zelf is bijvoorbeeld het principe van toepassing dat je toelaat (en kan delen met anderen) wat zich wil terugtrekken in jezelf, en dat je afremt wat zich wil uitleven. Kortom, dit niet-zelf mag werkelijk in jou aanwezig zijn. Daardoor kan het opgenomen gaan worden in jezelf. 

Afwisselend benader je zodoende dit niet-zelf van buitenaf en dan weer identificeer je je ermee. Je kan dit niet-zelf begripvol en vanuit niet-weten proberen te benaderen; en daarnaast vanuit dit niet-zelf begrip en onbevangenheid gaan opbrengen in relatie tot zichzelf en de omgeving die het beleeft. Je mentaliseert kortom over dit niet-zelf en brengt het tot mentaliseren over zichzelf en anderen. Dit stuk niet-zelf raakt dan geïntegreerd in jezelf. 

De voltooiing van de integratie van niet-zelf in jezelf kan pas plaatsvinden wanneer het lukt om je te gedragen naar waardegerichte keuzes, terwijl je desalniettemin in contact blijft met wat vooralsnog niet-zelf is. Keuzes die aansluiten bij het niet-zelf waarmee je je contact hebt gemaakt en bij de bubbel waarin je jezelf kan beleven, èn die daarbij passen bij je innerlijke rustige zelf. Zodra je voorbij gaat aan het perspectief van je niet-zelf, zal het niet tot oplossing komen van de emotionele lading. Wat staat je te doen als je je niet langer wilt laten leiden door je beleving van deze bubbel? Wat staat je te doen om uit deze bubbel te komen? Hoe zou je je willen kunnen gedragen als deze bubbel er helemaal niet was? Welke keuze moet je daarvoor maken en waartoe dien je bereid te zijn?

Zoals bij elke waardegerichte keuze betekent dit dat je met je gedrag tegen bepaalde neigingen, in dit geval die  van het niet-zelf, zal moeten ingaan. Het komt erop aan je niet te laten leiden door wat je beleeft binnen deze bubbel. Deze bubbel verdwijnt pas zodra het lukt om niettegenstaande je beleving van jezelf en de ander in deze bubbel, je te gedragen alsof hij er niet is en je te gedragen naar je werkelijke en zelf gekozen identiteit, naar wat goed voelt; en zodra het lukt om met de ander om te gaan zoals je deze nu kan zien terwijl je mentaliseert. Zoals gezegd zal je tegen je neigingen in moeten gaan om uit de bubbel met een ander te komen. Het kan misschien voelen alsof je een kind afwijst, wanneer je de bubbel doorbreekt. Of als een zeer hachelijke onderneming die tot je ondergang zal leiden. Dit zijn echter belevingen die voortkomen uit het verleden, uit oude lading. Steeds komt het erop aan de realiteit te blijven beleven zoals je die ervaart, maar daarnaast je te gedragen naar  de werkelijkheid zoals die naar je werkelijke inschattingsvermogen is. Het gevoel volgt daarbij het verstand. Pas na verloop van tijd, naarmate dit niet-zelf verder geïntegreerd raakt, komen gevoel en verstand op één lijn.

Stel, je voelt je in een bepaalde situatie erg onprettig bij de interactie met een ander. Je zou liever wat meer afstand houden. Het niet-zelf in je zegt je echter ook dat het vooral heel onprettig zou zijn voor de ander als je b.v. meer afstand zou houden; dat het heel erg onaardig van jou zou zijn om wat afstand te willen houden in het contact. Het komt er dan op aan dat je werkelijk ingaat op deze gedachte: Namelijk dat je het niet kan maken om afstand te houden en dat het heel onaardig van je zou zijn om zoiets te doen. Kan je je verhouden tot dit niet-zelf, dat zich niet van zichzelf mag onttrekken aan een onprettige situatie? Kan je daarvoor empathie opbrengen? Hoe is dit zo gegroeid in je leven? Wie in jou leven was of is het helemaal eens met dit niet-zelf en deed het groeien? Tenslotte komt het aan op de vraag hoe kan je de huidige situatie met de ander oplossen op een manier die past bij jou èn die recht doet aan het niet-zelf dat je in jezelf ervaart? Waar zie je precies tegenop? Welke weerstand verwacht je bij jezelf, en welke bij de ander? Hoe wil je zijn? Wat ga je doen, welke keuze maak je?

Wanneer je je met een ander bevindt in zo’n soort emotionele bubbel en eruit probeert te stappen, kan het zo gaan dat die ander zich daar tegen zal verzetten. Zoals de keuze van de één in het algemeen nou eenmaal niet vanzelfsprekend instemming, maar daarentegen juist ook weerstand kan oproepen. Die ander zal kunnen blijven reageren conform de gedeelde beleving van die bubbel. Iemand die zich dader voelt, maar daar zich niet meer door wil laten leiden, zal van het vermeende slachtoffer de bevestiging kunnen blijven krijgen dat hij een dader is. Dergelijke weerstand van buitenaf, van de ander, kan het moeilijk maken een nieuw perspectief en nieuw gemaakte keuzes te blijven volhouden. Dit kost soms meer tijd dan je zou willen. 

 

De samenhangen tussen heden en verleden:

Het verleden herleeft doorlopend ten koste van je beleving van wat nu is en van wat jij wilt. Oude lading kan tot uitdrukking komen in je denken en spreken, in je gevoelens en emoties, in je herinneringen, in je waarnemingen en in je gevoel van identiteit. In elk van deze deze vijf aspecten van je functioneren zal oude lading doordringen. Deze vijf genoemde processen hangen dan ook met elkaar samen. Wie werkt aan één ervan, zal merken dat ook andere aandacht behoeven. Oude lading kan daarom ook slechts worden opgelost wanneer je m.b.t. die bepaalde lading een ontwikkeling doormaakt op alle vijf gebieden. Wanneer lading zich vooral op één van deze gebieden manifesteert, kan het daarom zinvol zijn haar op de andere gebieden op te zoeken. Al zal aandacht voor oude lading op een bepaald gebied doorgaans vanzelf de weg kunnen wijzen naar de manifestatie van diezelfde lading op een ander gebied. 

Iemand kan bijvoorbeeld merken dat zijn aandacht wordt getrokken door bepaalde beladen herinneringen. Het zal erop aankomen na te gaan hoe deze zelfde lading doorwerkt in zijn waarnemingen van nu en in zijn gevoel van identiteit. Zo ook zal het nuttig zijn voor iemand die lading bemerkt in zijn waarnemingen, b.v. in de interactie met een ander, om zich af te vragen of hij deze lading niet kent van eerdere ervaringen. Bijvoorbeeld door zich af te vragen met welke ander in welk verleden zich een zelfde lading voordeed. Aan de basis van de oplossing van lading in je herinneringen, waarnemingen en identiteit, ligt de gewaarwording dat je denken en spreken beladen is geraakt. En in samenhang daarmee de bewustwording van lading in je gevoelens. De volgende vragen kunnen helpen de samenhang te onderzoeken:

  1. Klink ik mezelf niet bekend in de oren? Nam ik zojuist niet een afslag in mijn denken die meer met het verleden dan met het heden te maken heeft?
  2. Zegt wat ik nu voel en denk niet vooral iets over mijzelf? Zijn mijn gevoelens en emoties passend, of hebben ze eerder betrekking op iets uit mijn verleden?
  3. Wat voor situaties kan ik nog steeds als beladen ervaren als gevolg van wat in het verleden is gebeurd? Met andere woorden: Hoe werkt wat is gebeurd nog steeds door in de lading die ik ervaar in mijn omgeving en in hoe ik reageer op wat beladen voelt? 
  4. Wat voor zelfbeeld kan er bij mij omhoog komen en in wat voor situatie voel ik me dan opnieuw staan, als gevolg van wat in het verleden is gebeurd? Met andere woorden: Hoe werkt wat is gebeurd nog steeds door in hoe ik de situatie en mijzelf daarbinnen definieer?
  5. Welke ervaring (en met wie) uit mijn verleden ligt ten grondslag aan de lading die ik nog steeds kan ervaren aan mijn omgeving en in mijzelf?
  6. Welke ervaring (en met wie) uit mijn verleden ligt ten grondslag aan hoe ik nog steeds situaties en mijzelf daarbinnen kan definieren? Met andere woorden: In welke situatie en/of in de interactie met wie is datgene waar ik me nu onwillekeurig mee vereenzelvig ooit bij mij binnengekomen en (tot op heden) onderdeel van mijn identiteit geworden? 
  7. Wat zou alsnog beladen blijven aan een bepaalde situatie, ook als ik me in die situatie niet meer zou vereenzelvigen met de oude lading? Met andere woorden: Welke lading in mijn waarneming gaat schuil onder de lading die ik ervaar aan mijn identiteit?