vrijheid en flexibiliteit

De bevordering van innerlijke vrijheid en psychologische flexibiliteit is waarop ik gericht ben in psychotherapie en coaching.

 

 

Vrijheid in één zin samengevat:

 

 

Enkele aspecten van vrijheid en flexibiliteit

 

Vrijheid en flexibiliteit kort samengevat
Hieronder volgt een, onvolledige, samenvatting van wat persoonlijke ontwikkeling inhoudt, wat haar bevordert en wat haar remt.

De natuurlijke richting van persoonlijke ontwikkeling is innerlijke vrijheid. Wie innerlijk vrij is, functioneert psychologisch flexibel. Beide begrippen worden doorgaans min of meer synoniem gebruikt. Innerlijke vrijheid verwijst meer naar de subjectieve toestand die samengaat met flexibel gedrag. Flexibiliteit is meer een karakterisering van het gedrag dat voortkomt uit vrijheid.

Gerichtheid op innerlijke vrijheid is daarom wat werkt bij coaching, psychotherapie, of welke vorm van ondersteuning van persoonlijke ontwikkeling dan ook. Innerlijk vrij functioneren beinvloedt gunstig, wat niet direct kan direct worden veranderd. Alleen innerlijk vrij kan je werkelijk geluk beleven.

Onvrij is alle gedrag dat voortkomt uit onwilleurige drijfveren. Dit zijn de neigingen die eenvoudig worden opgeroepen door je omstandigheden. Dat kunnen eindeloze gedachtengangen, beladen emoties of gedachten, opdringerige verlangens of herinneringen, enzovoort zijn. Je drijfveren duwen je alle kanten op. Je kan zulke impulsen niet uitkiezen of elimineren, ze overkomen je. Je kan er alleen maar een vorm aan geven. Zoals bijvoorbeeld je gedrag afremmen, of juist je laten gaan. 

Onvrij gedrag verandert niet vanzelf in vrij gedrag, maar geeft aanleiding tot meer onvrij gedrag. Toch is het mogelijk om van onvrij gedrag tot vrij gedrag te komen. In wezen komt het erop aan steeds opnieuw je dilemma’s te (her)kennen, je ertoe te verhouden en ze op te lossen met een keuze voor de richting die je op wilt. Dat vraagt erom werkelijk aanwezig te zijn en in te gaan op jezelf en je omgeving. 

Dilemma’s treden voortdurend op. Ze zijn een onvermijdelijk bestanddeel van menselijk bestaan. Elke stap die je zet in je persoonlijke ontwikkeling van innerlijke vrijheid is in wezen een dilemma dat je hebt oplost. Een dilemma ervaar je als een korter of langer durend moment van aarzeling tussen de voortzetting van gedreven gedrag, of de keuze voor waardegericht gedrag. Onder waardegericht gedrag kan je verstaan gedrag waarbij je je laat leiden door een idee van de richting die je op wilt. Gedreven gedrag daartegenover is elk gedrag dat voortkomt uit een vanzelf opgekomen drijfveer. 

Het is psychogebabbel om te praten en te denken over een dilemma als een praktisch oplosbaar probleem. Wie psychobabbelt, is afgesneden van de realiteit en geïsoleerd geraakt in zichzelf. Psychogebabbel is eindeloos. Een dilemma kan alleen worden opgelost door een keuze voor wat je werkelijk wil. Een keuze voor de richting die je op wilt, komt voort uit jezelf, niet uit je omgeving. Een keuze voor wat je belangrijk vindt kan je daardoor weliswaar toelichten, maar ze laat zich niet verantwoorden.

Je kan zeven typische drijfveren onderscheiden en daar zeven typische waarden tegenover stellen. Zo zullen zich steeds opnieuw de volgende typische dilemma’s zich voordoen: 

  1. lust najagen versus gezondheid nastreven
  2. iets voor jezelf willen hebben versus verantwoordelijkheid nemen als deel van een geheel
  3. bodemloos meer van hetzelfde najagen versus dankbaarheid of tevredenheid tonen voor wat je hebt
  4. machteloos mokken versus jezelf vrij maken middels een keuze en daar aan vasthouden
  5. jezelf uiterlijk anders voordoen versus respecteren wat er in je omgaat
  6. je jaloers kwaadaardig gedragen versus integer optreden
  7. wanhopig opgeven versus je enthousiasme of inspiratie vasthouden of vernieuwen. 

Wie zich hierin ontwikkelt, zal meer en meer in overeenstemming met zichzelf en in aansluiting op zijn omgeving functioneren, dat wil zeggen vrij. Dat proces verloopt niet zonder slag of stoot. Wie voor een belangrijke keuze staat, zal daar innerlijk weerstand bij ervaren. Maar ook anderen zullen reageren op je keuzes, instemmend of afwijzend. In het contact met de één kan je daardoor meer nabijheid gaan ervaren, tot een ander ontstaat juist meer afstand. Dat kan verrassen, maar ook kan uitkomen wat je verwachtte.

Niemand functioneert permanent flexibel en vrij. Iedereen vervalt voortdurend in meer of mindere mate in rigide gedrag en een toestand van onvrijheid. Dat zijn momenten van stagnatie in je persoonlijke ontwikkeling. Het is de kunst om dan weer in beweging te komen. Elk moment waarop het lukt om innerlijk vrij te blijven of te worden, is een moment van persoonlijke groei. Persoonlijke groei is vrijwel altijd en in vrijwel elke situatie mogelijk.

Een mens is meer dan zijn levensverhaal, meer dan een persoon in wording. Je kan aan jezelf ervaren dat je ook een ‘Ik’ bent, onafhankelijk van tijd en omstandigheden. Persoonlijke groei draait om worden èn zijn; om worden wie je bent.

Hoe word je wie je bent? 

Personlijke ontwikkeling van innerlijke vrijheid houdt in dat je persoonlijk functioneren steeds meer tot stand komt vanuit je Ik èn vrij van jezelf. 

Met het Ik wordt bedoeld de gewaarwording in jezelf van een zelf dat buiten tijd en ruimte staat; dat waarnemer is van – èn betrokken bij je persoonlijke functioneren. Onder je persoonlijke functioneren kan je in dit verband alle psychologische processen verstaan waarin je Ik tot beleving kan komen. Je persoonlijk functioneren bestaat uit het samenspel van allerlei psychologische processen. Deze verlopen alle deels spontaan voortdrijvend op het verleden. Deels ook kan je deze zelf aansturen. Je kan het merken aan een gevoel van vrijheid wanneer het lukt om vanuit jezelf te functioneren. Ook de ander kan dat aan je waarnemen.

 

Je kan drievoudig vanuit je Ik inwerken op je psychologisch functioneren: In het losmaken van – en kijken naar jezelf; in het je verhouden tot jezelf en je omgeving en het op waarde schatten van je ervaringen; en in het jezelf voorhouden en kiezen wie je wilt zijn en waar je heen wilt. Je probeert het volgende te verwerkelijken: 

  1. Niet uitsluitend in een beleving of gedraging blijven hangen. Ook naar jezelf kunnen kijken, rustig vanuit afstand. 
  2. Daarbij ook rustig je kunnen verhouden tot jezelf en anderen. Een gedachte waar je je door mee laat slepen beleef je anders dan wanneer je rustig naar die gedachte kijkt. Je schat ook iets of iemand anders in wanneer je je laat meeslepen, dan wanneer je rustig bent. 
  3. Vanuit een verlangen naar vrijheid niet uitsluitend een onwillekeurige drang (drijfveer) uitleven die op enig moment in je woelt, maar doelgericht committment aan je waarden kunnen tonen. 

Aan je persoonlijk functioneren kan je tenminste drie clusters van psychologische processen onderscheiden. Eén cluster staat centraal en op zichzelf in je functioneren. Middels de psychologische functies die dit cluster uitmaken leg je contact met jezelf en anderen. De andere twee clusters bewerkstelligen respectievelijk dat je in het heden kan staan, los van je verleden; en dat je kan bepalen wat het juiste is, onafhankelijk van je neigingen. Al deze processen spelen zich permanent af. Deels automatisch en vanzelf, deels ook staan ze onder je eigen controle. 

Het centrale cluster wordt gevormd door de verschillende manieren waarop je aangrijpt op jezelf èn de manieren waarop je jezelf en omgeving tegemoet kan treden. De sturing die je vanuit jezelf geeft aan deze processen maakt dat je aanwezig wordt in je omgeving je en er op in kan gaan. Op aanwezige wijze ingaan op je omgeving, en in contact met je omgeving aanwezig zijn: Dit vormt het hart van innerlijke vrijheid. Jijzelf en de ander worden daarbij zichtbaar als een individu, d.z.w. als een IK met gedachten, gevoelens, etc.

Onder aanwezig zijn wordt hier verstaan geconcentreerd, gedisciplineerd en emotioneel raakbaar te functioneren. Je gaat op je omgeving in voor zover het lukt om begripvol en positief, onbevangen en met vertrouwen, en zonder zwalken en opgeven te blijven. 

  1. Geconcentreerd iets of iemand in beeld houden, tegen de afleiding in. Je aandacht er bij houden. 
  2. Gedisciplineerd je richten naar wat je verstandelijk tegen jezelf zegt, tegen de verleiding in. Je neemt in feite initiatief, handelt gedisciplineerd. 
  3. Gelaten sommige gedachten en gevoelens toelaten, die je (b.v. uit schaamte) in jezelf zou willen verbergen; tegen de neiging in om andere gedachten en gevoelens overmatig tot uitdrukking te laten komen. Je brengt zo evenwichtig tot ontlading wat er in je omgaat en remt je anderzijds ook een beetje af. 
  4. Begripvol erkenning geven aan wat zich voor doet. Je kan proberen respectvol de dingen binnen hun context te begrijpen. In plaats van toe te geven aan sympathieën en antipathieën vanuit louter je eigen standpunt. Je ontwikkelt tolerantie. 
  5. Niet-wetend en leerbaar ingaan op wat zich voordoet. In plaats van vast te houden aan denkbeelden. Het gaat hierbij om een volwassen vorm van onbevangenheid en vertrouwen, niet om naïviteit. 
  6. Onvermoeibaar volharden in je interactie met jezelf en anderen. Niet opgeven of zwalken uitsluitend omdat het inspannend wordt en moeilijk om vol te houden. Dat is trouw zijn aan jezelf en anderen.

Het tweede cluster omvat vijf processen waarlangs alles wat zich nu aan je voordoet in verbinding kan komen met eerdere ervaringen. Het verleden neigt er als het ware naar te herleven en door te werken in het heden. Zolang je er geen aandacht aan besteedt zullen heden en verleden daardoor meer of minder door elkaar lopen. Je kan vanuit jezelf evenwel bewerkstelligen dat je meer in het heden komt te staan; dat je kan beleven wat van nu is, zonder dat daarin tot uitdrukking komt wat oud is. Zolang dit lukt, functioneer je als volgt:  

  1. Je denken en spreken blijft op zijn spoor en wordt niet weggetrokken naar een andere inhoud. 
  2. Je gevoelens zijn passend en niet al te verhit of juist onderkoeld.
  3. Herinneringen kan je oproepen, maar ze dringen zich niet op in je gedachten en gevoel. 
  4. Je waarnemingen beleef je zoals ze zijn en niet als emotioneel beladen. 
  5. Je identiteit en de situatie waarin je je bevindt beleef je op vrije wijze en niet als een ‘gevoelsrealiteit’ waarin je bent wie je niet wil zijn en in een situatie waar je niet wilt zijn’.

Het derde cluster wordt gevormd door de processen waarlangs je je beweegt in de realiteit en waarlangs je deze opvat. Ze geven vorm en inhoud aan jezelf en aan alles wat je omgeeft. Ook deze processen verlopen deels automatisch conform je verleden, deels ook heb je ze onder controle. Zodra je in dit opzicht sturing weet te geven aan jezelf, volg je in je doen en laten niet langer je neigingen. Je bent daarentegen dan gericht op wat juist is, met andere woorden op wat je beschouwt als waar en goed. Onder gedrag dat het juiste is kan je gedrag verstaan dat enerzijds past bij wat je belangrijk vindt en bij wat goed voelt; en anderzijds bij wat passend is binnen de context waarin je je bevindt. Het gaat om de volgende gedragingen: 

  1. Het vormen van denkbeelden en het waarnemen van de werkelijkheid
  2. Het nemen van besluiten bij wat je doet,
  3. Het communiceren met jezelf of een ander
  4. Het vertonen van uiterlijk zichtbaar gedrag
  5. Het vorm geven aan de situatie waarin je je bevindt. 
  6. Het stellen en realiseren van doelen
  7. Het leren van je ervaringen
  8. Het reflecteren op jezelf en anderen