Augustus 2026 werd onderstaand interview met mij gepubliceerd in het maandblad Vizier van de ADF-Stichting (Angst Dwang Fobie-Stichting).
Wat heeft worden wie je bent te maken met therapie voor angst- en dwangklachten?
“Steevast vragen patiënten mij hoe ze een volgende paniekaanval kunnen voorkomen. Een begrijpelijke vraag, maar dat kun je niet afdwingen. Wat je wél kunt doen, is je vatbaarheid voor paniekaanvallen verkleinen. Dat doe je door te worden wie je bent. Dat houdt onder meer in dat je leert kijken naar jezelf en dat je leert om keuzes te maken. En ook om je verleden te verwerken en op de juiste manier te leven. En – als je dan toch weer een paniekaanval krijgt – te zorgen dat je daar zo goed mogelijk doorheen komt. Soms is het beter om flink te zijn en ondanks alle ellende dóór te gaan. En soms ook kun je het bijltje er beter even bij neergooien en jezelf tijdelijk ziek verklaren. Je kunt dat vergelijken met een verkoudheid versus een longontsteking. Een verkoudheid is ongemakkelijk, maar geen reden om in bed te gaan liggen. Een longontsteking is dat meestal wel. Het komt erop aan te leren bepalen wat er aan de hand is en hoe je daar het beste mee kunt omgaan. Dat is ook een aspect van worden wie je bent.”
Wat houdt dat in, op de juiste manier leven?
“Dat is natuurlijk de vraag. Er is een woud van experts op psychologisch, medisch en andere gebieden om in te verdwalen. Toch zal ieder zelf zijn weg moeten vinden. Tegelijkertijd is niet alles willekeurig. De Russische schrijver Leo Tolstoj schreef in zijn roman Anna Karenina: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze’. Hoe dan ook, het verbeteren van je leefstijl oefent een positieve invloed uit op je gezondheid en welzijn. Mensen op die weg begeleiden zie ik als een integraal onderdeel van therapie.”
Waarover heb je het dan vooral?
“Doorgaans is het belangrijkste thema je omgang met anderen, met name de partner en ouders. Verder is werk iets waarover het in therapie vaak gaat. Ook over hoe je spiritueel en cultureel actief bent, welke lichaamsbeweging je neemt, hoe je (nacht)rust is en wat je eet. Leefstijl omvat alle gebieden van het leven. Het kan gaan over de positieve werking van zaken als meditatie, voldoende bewegen en krachttraining, het (ketogene) dieet, zinnige supplementen, op een vast tijdstip opstaan, koud douchen en in de zon zijn. De meeste mensen realiseren zich bijvoorbeeld het belang van rust, reinheid en regelmaat wel. Als iemand dat wel wil, maar het vormgeven daarvan niet lukt, dan kijken we waarom het niet lukt en hoe iemand het dan toch voor elkaar kan krijgen. Andersom is het ook zo dat wanneer emotionele klachten en problemen langzamerhand verbeteren, mensen vaak uit zichzelf en met succes aan hun leefstijl beginnen te werken.”
Als het gaat om persoonlijke ontwikkeling stel je het oplossen van dilemma’s centraal. Vertel daar eens wat meer over?
“Elke stap in je persoonlijke ontwikkeling impliceert een dilemma dat je oplost. Aarzel je tussen toegeven aan het oude patroon of kiezen voor iets beters? Neigt iemand er bijvoorbeeld naar om heel boos te reageren, terwijl hij wel voelt dat hij vooral verdrietig is? Of voelt iemand zich erg bezorgd over zijn gezondheid en wil diegene er alles over opzoeken op internet – ook al wordt hij daarvan meestal nog veel bezorgder? Een ander voorbeeld: iemand zegt iets aardigs tegen je. Neem je het aan of wuif je het weg? Het gaat er steeds om: geeft iemand toe aan de ‘oude’neiging of verzint hij iets beters? Bijvoorbeeld die bezorgdheid uitspreken en om een knuffel vragen. Het gezamenlijk verhelderen van een dilemma kan een emotionerend gebeuren zijn. Dan komt aan het licht hoe je eraan toe bent, wat je wilt en ook wat tot dusver niet werkte. Iemand kan bijvoorbeeld merken dat haar vader voor zijn nieuwe gezin kiest. Niet dat hij niets meer met haar te maken wil hebben, maar hij wil verder met zijn leven. Dat kan een heftige ervaring zijn om te bespreken en je komt ook vroeger of later uit bij de vraag: wat nu?”
Een therapeut denkt daarin met je mee?
“Ja, meedenken en meeleven zijn wat een therapeut voor je kan doen. Een vriendelijk gebaar kan ook veel betekenen. Wat een therapeut níet kan, is voor jou vaststellen wat je dilemma is en bepalen wat het beste is voor jou. Het is ook niet zo dat alles zich laat oplossen. Sommig leed kan alleen maar doorleefd worden. Een van de taken van de therapeut is, om zijn patiënt daarin bij te staan. Ook kan het zo lopen dat je in een therapeutisch gesprek ineens enigszins tegenover elkaar komt te staan. Zo’n confrontatie kan goed uitpakken, al vraagt dat wel wat van beide kanten, in de eerste plaats van de therapeut uiteraard. Vruchtbaar ergens over te kunnen steggelen geeft een relatie betekenis. Dat geldt ook voor een therapeutische relatie.”
Wat is belangrijker, de therapeut of de therapie?
“Het één staat niet los van het ander. Gevorderde therapeuten zijn niet meer zo gebonden aan een bepaalde methode of stroming. Uiteindelijk gaat het erom dat een patiënt zich geholpen voelt. Ik raad patiënten daarom aan om bij het zoeken van hulp net zo te werk te gaan als bij het zoeken naar elke andere vakman. Als je je huis wilt verbouwen ga je ook niet met de eerste de beste aannemer in zee en slik je vervolgens ook niet alles voor zoete koek. Eenmaal in therapie blijft het steeds de vraag: ben ik geholpen met deze diagnostiek, met deze therapie, met deze therapeut? Ook voor de therapeut gaat het steeds om de vraag: Help ik mijn patiënt?”
Voortdurend evalueren en blijven bijsturen dus?
“Inderdaad kun je er steeds bij stilstaan of de therapie goed gaat. Het is niet altijd heel duidelijk waar te beginnen en hoe verder te gaan. Een patiënt stelde na intensieve cognitieve gedragstherapie vast dat zijn dwanggedachten en -handelingen daar niet beter van werden. Zijn functioneren verslechterde eerder bij de opgezochte exposure. Toen hij zich bij mij meldde, gingen we in gesprek. Medicatie wilde hij liever niet, maar hij wist wel dat afleiding hielp. Zoals een spelletje op zijn telefoon spelen of doorpraten over iets anders. De dwang zakte dan. Hij begon echter pas echt werk te maken van deze ‘truc’ na regelmatige gesprekken over heel andere onderwerpen. Die gesprekken leidden ertoe dat hij meer van zichzelf uit begon te gaan, grenzen ging stellen en gevoelens begon toe te laten. Dit alles loste zijn dwangklachten niet definitief op, maar het bracht wel een grote verbetering.”
Over medicatie zegt psychiater Jim van Os: “Een pil ondersteunt het herstelvermogen, niet andersom.”
“Zo’n uitgangspunt lijkt me toch wel een beetje vanzelfsprekend. Daarnaast kun je het ook moeilijk oneens zijn met zijn stelling dat patiënten hun medicatie als tool zouden kunnen inzetten. De praktijk is echter weerbarstig. Welke rol een pil in het leven van patiënten zal spelen laat zich niet helemaal voorspellen. Sommige mensen ervaren na de start met pillen verlichting van hun klachten en hebben nauwelijks nog ambitie voor persoonlijke ontwikkeling. Anderen ervaren geen duidelijk effect, maar blijven gebruiken uit angst voor verslechtering van hun functioneren, of voor ontwenningsverschijnselen. Jaren geleden sprak ik eens een patiënt die pas begon te profiteren van psychotherapie nadat ze een antidepressivum was gaan gebruiken. Het bleef goed gaan toen ze na enige tijd weer stopte met het antidepressivum. Zo’n beloop maak ik echter niet vaak mee.”
Hoe sta je tegenover de Nieuwe GGZ die Jim van Os voorstelt?
“De inbreng van Jim van Os binnen de GGZ vind ik erg inspirerend, zowel naar de inhoud als de vorm. Hij is op ontzettend veel terreinen actief en vernieuwend. Wat me onder meer aanspreekt is hoe hij tegen diagnostiek aankijkt. Proberen te verhelderen wat er aan de hand is op een manier die aansluit bij de richting die de patiënt op wil. Je helpt mensen naar zichzelf te kijken en zich te gaan verhouden tot het probleem waar ze tegenaan lopen. Je wil er niet aan bijdragen dat mensen verstrikt raken in labels die een eigen leven gaan leiden. Uit zulke diagnostiek volgt ook meer vanzelf welke opties iemand heeft om vooruit te komen. Het is overigens niet zo dat Jim van Os de enige is die bijvoorbeeld aandringt op het aansluiten bij de ervaring van patiënten. Dat geldt ook voor een stroming als de Mentaliseren Bevorderende Therapie, de MBT.”
MBT is een psychodynamische therapie die oorspronkelijk werd ingezet bij patiënten met persoonlijkheidsproblematiek. Zie je een rol voor MBT bij mensen met angst- en dwangklachten?
“Mentaliseren houdt onder meer in dat je probeert onbevangen en begripvol in te gaan op een ander, maar ook op jezelf. Daarbij probeer je gevoelens toe te laten, die zich in je willen terugtrekken. En je probeert die emoties wat af te remmen, die anders alleen maar groter worden. Gerichtheid op mentaliseren werkt ontspannend en versterkend bij het omgaan met klachten die je overkomen, zoals paniek of dwang. Mentaliseren in het contact met een ander klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk is het nog niet zo makkelijk om vol te houden. Jaren geleden hoorde ik prof. Bateman van de MBT zijn publiek van psychiaters en psychotherapeuten, waar ik in zat, het volgende verwijt maken: ‘Jullie denken wel dat jullie naast je patiënt gaan staan, maar dat doen jullie helemaal niet!’ Hij bedoelde – denk ik- dat je, zodra je weer tegenover je patiënt zit, toch al gauw weer beter denkt te weten wie hij is, hoe het met hem gaat en hoe hij moet leven. Die kritiek heb ik ter harte genomen. Iemand als Jim van Os stimuleert me daar ook weer in.”
Je bespreekt het werk van Rudolf Steiner uitgebreid in je boek. Wat heb je van hem geleerd?
“Steiner heeft heel verhelderend geschreven over allerlei aspecten van psychologie. Wat nu mentaliseren wordt genoemd, beschreef hij begin 1900 al als het centrale element van persoonlijke ontwikkeling. Hij benadrukte daarbij het belang van je aandacht erbij te kunnen houden, óók als iets niet zo interessant is. Of om jezelf ergens toe te kunnen zetten, óók als je er geen zin in hebt. Steiner beschreef kleine oefeningen, zoals twee minuten in gedachten bij een alledaags onderwerp kunnen blijven, zoals hoe een potlood wordt gemaakt. Of om een tijdje dagelijks op een vast tijdstip een handeling uit te voeren die je zelf hebt bedacht, zoals je bed op een bepaalde manier opmaken. Ook staat bij hem het onderscheid centraal tussen neigingen waardoor je je kunt laten meevoeren en waarden waarvoor je kunt kiezen. Je kunt uit zijn werk opmaken hoe er enkele typische dilemma’s zijn waarvoor je je continue gesteld kunt zien. Zoals de neiging om je overmatig bezig te houden met uiterlijkheden zoals afkomst, leeftijd of uiterlijk succes of falen. Versus je actief te richten op de essentie van iemand, zoals bijvoorbeeld hoe hij zich voelt en waar hij in wezen mee bezig is. Zo is er nog veel meer te vinden bij hem wat erg interessant is. Steiners gedachtengoed laat zich niet zo gemakkelijk doorgronden en is bovendien omgeven door misverstanden. Ik vind het leuk om het over zijn ideeën te hebben, maar in de praktijk praat ik er alleen over als mensen blijk geven van interesse in zijn werk.”
Aanbevolen literatuur door Stefan Kapitany, psychiater en auteur van het boek Hoe word je wie je bent?
Stefan Kapitany: “Wat ik vaak aanraad zijn onder meer de echte zelfhulpboeken, zoals het onvolprezen boek Uit je hoofd in het leven van de grondlegger van de Acceptatie en Commitment Therapie, door Steven Hayes. Heel helder geschreven en instructief over mindfulness en keuzes maken.
Dan zijn er boeken die je niet echt als een zelfhulpboek kan omschrijven, maar waar je toch heel veel uit kan halen, zoals het boek De keuze van Edith Eger. Ze beschrijft haar leven, van jonge olympische joodse sporter in het Wenen van de jaren dertig tot aan haar latere leven als psychotherapeut in Amerika. “Je kan niet genezen wat je niet kan voelen” schrijft ze. Maar ook: ‘Als je in nood voor een dichte deur staat, zal je een uitweg moeten vinden, desnoods ga je door de brievenbus.’
Of het dagboek van Toon Hermans, waarin hij over zijn leven en de depressiviteit schrijft die hij uiteindelijk overwon. Hij is zo iemand die geen therapeut was en toch veel heeft betekend voor de geestelijke gezondheid van veel mensen. Niet alleen met zijn humor en liedjes, maar ook met zijn boeken.
Als het allerbelangrijkste zelfhulpboek ervaar ik Het Nieuwe Testament. Je kunt er steun en richting aan ontlenen, zowel wanneer je in rust bent, als in nood. Met name de Bergrede in het Evangelie volgens Matheus is zo’n tekst die je je hele leven weldadig op je kan laten inwerken.
Ik mag patiënten ook graag wijzen op iemand als Nelson Mandela. Ook geen hulpverlener, maar wel blijvend een baken van licht voor velen. Op YouTube staan interviews met hem waarvan je veel kunt leren. Zo gaf hij een groot interview in New York in de tijd dat hij al was vrijgelaten, maar nog niet de president van Zuid-Afrika was geworden. Hij werd langdurig pittig aan de tand gevoeld, maar hield op geweldige wijze stand. Indrukwekkend om naar te kijken, echt een masterclass in vriendelijke assertiviteit. Soms kijk ik samen met een patiënt naar een korter fragment van een interview met hem door Oprah Winfrey, waarin heel veel elementen van persoonlijke ontwikkeling op inspirerende wijze zichtbaar worden. Erg ontroerend om te zien. Hij zegt dingen als: ‘Als je in de gevangenis belandt, moet je de strijd om je waardigheid voeren vanaf de allereerste dag dat je er zit.’ En: ‘Als we ons gevoel hadden gevolgd, had er jarenlang heel veel bloed gevloeid en was ons land uiteindelijk in vlammen opgegaan. Maar we lieten ons verstand domineren en gingen het gesprek aan.’
Zo zijn er nog veel meer mensen op YouTube te vinden die het waard zijn om je in te verdiepen. YouTube kan je benutten als een toegankelijk alternatief voor bibliotherapie. Dat kun je opvatten als het je verdiepen in een oeuvre en de auteur ervan. Tony Robbins is zo iemand. Hij werkt wereldwijd als coach en bereikt enorme aantallen mensen. Hij is enigszins sentimenteel en bruut, maar toch weet hij onmiskenbaar ook positieve veranderingen bij individuen te bewerkstelligen. Soms raad ik mensen aan een tijdlang dagelijks 15 minuten naar hem te kijken en te luisteren, of naar Oprah Winfrey of Gabor Maté. Het kost niets en in een paar klikken heb je enorm veel content tot je beschikking.
Nog een toegankelijke bron van inspiratie en wijsheid op televisie waarop ik patiënten graag wijs is het televisieprogramma Kamp van Koningsbrugge. Gewone Nederlanders nemen deel aan een selectieprocedure van commando’s, dat zijn elitetroepen van het leger. Daarbij worden ze zwaar getest op hun mentale kracht. Deelnemers krijgen bijvoorbeeld de opdracht om met een zak zand over een spoorlijn te gaan lopen. Op die bielzen kun je niet goed in een ritme komen. De deelnemers krijgen ook niet te horen waar het eindpunt is. ‘Als je bij ons wil komen werken, moet je uitzichtloos kunnen lijden’, zeggen die commando’s dan. Ze bedoelen natuurlijk dat het van belang is om in balans te blijven onder eindeloze stress. De commando’s helpen de deelnemers om rustig te blijven, om zichzelf aan te vuren als ze willen opgeven, om te blijven lachen tot het niet meer gaat en om er dan voor elkaar te zijn. Veel facetten van persoonlijke ontwikkeling worden in dit programma op inspirerende wijze zichtbaar. Heel therapeutisch eigenlijk.”