Ga naar de inhoud

hoe je wordt, als je wordt wie je bent

 

Hoe word je, als je wordt wie je bent? Wat voor persoon kan je worden naarmate je een persoonlijke ontwikkeling doormaakt? In dit artikel bespreek ik de visie van Rudolf Steiner hierop. Daarbij worden uit zijn boek De weg tot inzicht in hogere werelden onder meer enkele relevante thema’s betrokken, waaronder de chakra’s, de verschillende soorten beproevingen en de overeenkomst tussen levensinwijding en inwijding.

In zijn vroege werk beschreef Rudolf Steiner innerlijke vrijheid als de natuurlijke richting van persoonlijke groei en als het hoogst haalbare. Hij verstond hieronder dat je vanuit jezelf leert te functioneren en benoemde wat dit van je vraagt: dat je naar jezelf kunt kijken, dat je je kunt verhouden tot jezelf en je omgeving; en dat je keuzes kunt maken voor wat je belangrijk vindt gegeven de situatie waarin je je bevindt. In zijn latere werk voegde hij daar nog een dimensie aan toe, namelijk die van zelfsturing. Uitgebreid beschreef hij in welke opzichten en in welke richting je jezelf dient te kunnen aansturen, wil je een complete persoonlijke ontwikkeling doormaken. Het komt erop neer dat je voortdurend het ene afremt en je aanzet tot het andere. Zo heeft iedereen doorlopend emoties die alleen maar groter worden naarmate je ze meer toelaat, maar ook gevoelens die je zou willen verbergen en overstemmen. Het kan er op een gegeven moment juist op aan komen om binnen te kunnen houden wat er uit wil en toe te kunnen laten wat zich naar binnen wil terugtrekken.

Persoonlijke groei bij Steiner houdt dus in dat je leert te functioneren vanuit jezelf en jezelf leert bij te sturen. Wie zich in die zin ontwikkelt tot een volgroeide persoonlijkheid, functioneert evenwichtig en toegewijd, oordeelkundig en beheerst, spontaan en slagvaardig, aldus Steiner. Steeds kunnen zulke uitgerijpte persoonlijkheden zichzelf reguleren én met hun omgeving omgaan. Ze zijn enerzijds helemaal aanwezig en anderzijds kunnen ze op alles en iedereen ingaan. Ze kunnen de dingen zien zoals ze zijn, waardoor mensen zich ook door hen gezien voelen. Ze zijn in staat tot het leggen van contact. Daarbij kun je op ze rekenen, ze zijn verstandig en verantwoordelijk. Ze kunnen trefzeker bepalen wat er aan de hand is, wat er dient te gebeuren en zich hiervoor inzetten. In hun doen en laten zijn ze gericht op wat het juiste is. Ze houden niet vast aan wat blijkt niet te kloppen. Ze zijn niet wispelturig en gericht op hun eigenbelang. Verder gebruiken ze niet alleen hun verstand, maar kunnen ook afgaan op hun gevoel. Met tegenwoordigheid van geest kunnen ze in het moment inspelen op wat zich voordoet. Ze kunnen op spontane wijze reageren, slagvaardig en ad rem.
Dit is hoe je wordt, als je wordt wie je bent.

Steiner onderscheidde met name drie clusters van gedragingen om vanuit jezelf sturing aan te geven. Het zijn zowel innerlijke als uiterlijk waarneembare gedragingen. Steiner duidde deze knooppunten van psychologische activiteit ook wel aan als chakra’s, in navolging van Oosterse tradities. Meer specifiek noemde hij de keelchakra, de hartchakra en de maagchakra. De genoemde organen duiden volgens Steiner aan waar de chakra’s helderziend worden waargenomen. Je kunt ze ook figuurlijk opvatten: De hartchakra vormt het hart van je psychologisch functioneren, van waaruit je contact kunt maken met jezelf en anderen. Met de keelchakra kun je je eigen geluid laten doorklinken in je doen en laten. De maagchakra heeft betrekking op de vertering van indrukken uit heden en verleden en maakt het mogelijk je buikgevoel te volgen.

Uit de beschrijving hieronder van de verschillende facetten van deze chakra’s en de ontwikkeling ervan, zal blijken dat de bovenbeschreven karakterontwikkeling ermee samenvalt. Steiner legde dit verband tussen chakra’s en karaktereigenschappen overigens niet.

De hartchakra breng je als volgt tot ontwikkeling. De eerste drie activiteiten hebben betrekking op de mate waarin je aanwezig bent. De laatste drie op de mogelijkheid om in te gaan op jezelf en je omgeving. 

  1. Je houdt je hoofd erbij. Je laat je gedachten niet maar wat afdwalen.
  2. Je zet jezelf tot wat je te doen staat. Je zegt niet “ik heb er de kracht niet voor”.
  3. Deze is hierboven reeds aangeduid. Je laat je gevoel bij jezelf toe, wat kwetsbaar voelt. Je remt escalerende emoties.
  4. Je ziet overal het positieve van in. Je brengt begrip op voor het gedrag van anderen en van jezelf. Je loopt niet te zeuren of te mopperen.
  5. Je stelt je niet-wetend op, leerbaar en bent niet eigenwijs.  
  6. Je volhardt in je lijn. Je bent trouw. Je gaat niet impulsief van het een naar het ander.

De keelchakra ontwikkel je door je in je gehele doen en laten te richten op wat waar en goed, oftewel juist is. Wat dat precies inhoudt, kun je evenwel alleen zelf bepalen. Tegelijkertijd dien je direct te stoppen met gedrag waar dat niet voor geldt. Vier facetten hiervan hebben net als bij de hartchakra betrekking op je directe doen en laten, de overige vier werken meer overstijgend. Het juiste dien je te volgen en te leggen in… 

  1. wat je ergens in ziet en bij denkt. Je kijk ergens op stel je bij als daar aanleiding toe is. 
  2. de oordelen die je je vormt, in wat je ergens van denkt. Dat laat zich onderscheiden van kinderachtige oordelen die doorgaans worden ingeleid met zinnetjes als “Maar ik vind.. (dit of dat!)”
  3. wat je communiceert in woord en gebaar. Een leugentje om bestwil kan in orde zijn, maar liegen is wat anders. Hetzelfde geldt ook bijvoorbeeld voor gezellig kletsen versus uit je nek kletsen.
  4. In wat je uitvoert op basis van een meer of minder doordacht besluit. Je neemt verantwoordelijkheid en laat je niet zomaar gaan.
  5. In je gewoonlijke manier van doen, in de patronen die je volgt. Je verzandt niet in chaos en desorganisatie.
  6. wat je probeert te bereiken, in het doel dat aan je handelen ten grondslag ligt. Je begint niet ergens aan zonder een realistische verwachting van waar je denkt uit te zullen komen. 
  7. In wat je leert van een ervaring. Je doet niets tegen beter weten in. Je vraagt niet om problemen. 
  8. In je overdenkingen en de conclusies die je trekt. Je neemt niets zomaar aan en borduurt niet zomaar verder op wat je hebt meegekregen. 

 

De maagchakra omvat alle aspecten van je functioneren waarbij je met tegenwoordigheid van geest vanuit jezelf kunt waarnemen en handelen. Tegenwoordigheid van geest wil zeggen dat je met volle bewustzijn op je gevoel af kunt gaan. Je handelt spontaan in het besef van wat je doet. Om zo in het moment te kunnen reageren, dient er niets te staan tussen jou en je omgeving. Noch het verleden, noch de situatie waarin je je bevindt leidt je overmatig af. Het verleden heb je verwerkt en achter je gelaten. Voor je omgeving kun je je enigszins afsluiten en deze langs je heen laten gaan. Je ziet waar je alert naar kijkt, zonder helemaal uit het oog te verliezen waar je niet naar kijkt. 

Dit speelt zich af op vijf gebieden. 

  1. Je gedachten. Je houdt je verre van stokpaardjes en laat je niet obsederen. Je bent je bewust ervan hoe je ergens op bent gekomen. 
  2. Je gevoelens. Je hebt sympathieën en antipathieën, maar je koestert ze niet. 
  3. Je herinneringen. Je laat je door herbelevingen niet wegtrekken uit het hier-en-nu. 
  4. Je waarnemingen. Je blijft gericht op hoe het is, niet op hoe het alleen maar voelt of lijkt. Je probeert door projecties heen te kijken.
  5. Je gevoel van identiteit. Je verwart wie je bent niet met wat er van buiten bij je is binnengedrongen en onder je huid is gekropen.

 

Persoonlijke ontwikkeling is een voortdurend vallen en opstaan. Het is niet haalbaar om permanent innerlijk vrij en flexibel te functioneren. Steeds opnieuw ga je de mist in en sla je de plank mis, verlies je de grip op jezelf en verval je in gedrevenheid. Je raakt verwijderd van jezelf en van wat je belangrijk vindt en je laat jezelf gaan. Bijvoorbeeld merk je dat je in gedachten afdwaalt en er niet meer bij bent. Dit is een moment van onvrijheid en rigiditeit, van stagnatie in de ontwikkeling van je functioneren. Daar staat tegenover dat het steeds mogelijk is om jezelf te herpakken. In principe kun je elk moment van onvrijheid omzetten in een van innerlijke vrijheid. Voor zover dit lukt is er sprake van flexibiliteit en persoonlijke groei. Zo kun je de situatie waarin je je bevindt steeds opvatten als een uitdaging, een gelegenheid om vooruit te komen met jezelf. Of, in de woorden van Steiner, als een beproeving. 

Dit proces vindt continu plaats op elk niveau van je functioneren. Welk aspect ervan vooral getest wordt, zal afhangen van de situatie. Je functioneren kan in het bijzonder onder druk komen te staan op het niveau van de hartchakra. Het kan er vooral op aan komen om emotioneel overeind te blijven en in contact met je omgeving. Steiner noemde zulke momenten een vuurproef. Vuur kan de sluiers van de realiteit wegbranden waardoor je deze beter kunt zien, maar je kunt je er ook aan branden. Je kunt in een situatie ook de uitdaging ervaren om te bepalen wat nu het juiste is en je daaraan te houden. Je oordeelsvermogen en zelfbeheersing worden op de proef gesteld en je wordt uitgedaagd om af te zien van willekeur. Kortom, de verschillende facetten van de keelchakra worden op zo’n moment getest. Steiner noemde dit de waterproef. Je voelt je geworpen in een zee van mogelijkheden, waarin je je hoofd boven water kunt houden, maar ook ten onder kunt gaan. Het kan ook juist lastig worden om te reageren op wat zich aandient, spontaan en toch bewust van wat je doet. Om in het moment het spel mee te spelen, of om in te grijpen. Het kan zo gaan dat je dan met je mond vol tanden komt te staan, jezelf geen houding weet te geven en niet weet wat je moet doen. Je staat erbij en je kijkt ernaar, maar het moment gaat onverbiddelijk voorbij. Steiner noemde de uitdaging om direct te kunnen reageren de luchtproef. Waar je in het water nog een beetje houvast hebt, is in de lucht hier geen sprake meer van. Je bent helemaal op jezelf aangewezen. Wat daarbij helpt is om te blijven doorademen en niet de adem in de keel te laten stokken. Om hierin te groeien dien je je maagchakra tot ontwikkeling te brengen.

Karakterontwikkeling omvat uiteraard meer eigenschappen en meer uitdagingen dan alleen die welke Steiner beschreef. Je kunt je bijvoorbeeld naast de vuur-, water- en luchtproef ook een aardeproef voorstellen. Denk bijvoorbeeld aan momenten waarop je onder druk van de omstandigheden niet meer goed kunt nadenken en je alleen nog maar kunt afgaan op de indruk die iets op je maakt. In een toestand van hevige stress heb je bijvoorbeeld helemaal geen oog meer voor iemands goede bedoelingen, alleen nog voor de uitwerking van zijn gedrag. Alles begint voor zichzelf te spreken en de andere kant van het verhaal raakt uit beeld. Je kunt ook zodanig gegrepen worden door wat zich aan je voordoet, dat je er verslingerd of zelfs verslaafd aan raakt. Toch kun je steeds komen tot acceptatie van wat zich in en om je heen afspeelt zonder je er door te laten leiden. Verder kun je fysiek een soort speelbal worden van je omstandigheden. Deze kunnen je letterlijk en figuurlijk bedrukken of juist opblazen. Daar staat tegenover dat je onder alle omstandigheden een passende lichamelijke houding kunt aannemen die gegrond is in innerlijke vrijheid. Zo althans kan ik Steiners omschrijvingen van de zesbladerige sacraalchakra (heiligbeenchakra) begrijpen. Onder een aardeproef kun je zodoende de test van deze chakra verstaan. De aarde kan je verzwelgen. Maar ook kun je met je voeten in de modder blijven staan met je oog gericht op de sterren.

Het verband dat ik hierboven beschreef tussen de verschillende beproevingen en chakra’s, heeft Steiner zelf niet gelegd. Het volgt voor mij evenwel uit de betreffende hoofdstukken in zijn boek De weg tot inzicht in hogere werelden. 

Het proces waarin je je ontwikkelt door de uitdagingen die het leven je stelt, wordt vandaag de dag aangeduid als persoonlijke groei. Steiner noemde het levensinwijding, inwijding in het leven. Dat wil zeggen, in het leven zoals gewone mensen dat kennen. Steiner beschreef daarnaast ook nog de mogelijkheid van een zuiver geestelijk bestaan in een zuiver geestelijke werkelijkheid. Het proces van ontwaken in dit geestelijke bestaan met ontwikkeling van de daarbij benodigde hogere kenvermogens noemde Steiner kortweg inwijding. Iemand die ingewijd is in het leven kun je beschouwen als een ingewijde zonder hogere kenvermogens zoals helderziendheid, aldus Steiner. Hij is geen ingewijde, maar hij functioneert menselijk gezien wel als zodanig. Hij heeft het karakter ontwikkeld waarmee hij zou kunnen functioneren als ingewijde in de geestelijke wereld. Inderdaad doet het er ook niet toe of je je naast de gewone wereld ook nog in een geestelijke wereld kunt bewegen. Waar het op aankomt is of je karakter hebt.  

Je kunt het verschil tussen levensinwijding en inwijding misschien vergelijken met het verschil tussen briljant zijn en geniaal. Iemand die briljant is, is knapper dan anderen. Een geniaal iemand schept nieuwe werkelijkheden. Het werk van Steiner is, meen ik, niet alleen briljant, maar ook geniaal. Steiner brengt esoterische categorieën, zoals die van de ingewijden en hun leerlingen, tot leven op een manier die realistisch aandoet. Daarop in te gaan kan een uitdaging zijn. Het is als een luchtproef om zijn wereld te kunnen beleven zonder verstrikt te raken in identificaties. Steiners gedachtengoed onder woorden te brengen op een manier die past bij je eigen belevingswereld en niet alleen bij die van Steiner zelf, en er voor jezelf iets uit te kunnen halen, is als een waterproef. Een vuurproef zal je kunnen ervaren wanneer je wilt bepalen of Steiner in essentie gelijk heeft gehad en ontdekt dat dat nog niet zo eenvoudig is. Neem bijvoorbeeld het volgende gedeelte uit zijn boek De filosofie van de vrijheid: “Vooringenomenheid verspert de weg tot het inzicht dat het begrip van de driehoek dat mijn hoofd heeft begrepen, hetzelfde is als het begrip van de driehoek dat door mijn buurmans hoofd gevat wordt. De naïeve mens houdt zichzelf voor de maker van zijn begrippen. Hij gelooft daarom dat iedere persoon zijn eigen begrippen heeft. De eerste eis die aan het filosofische denken moet worden gesteld, is dat het dit vooroordeel overwint. Het ene, universele begrip van de driehoek wordt niet tot een veelheid doordat velen het denken. Want het denken van deze velen is zelf een eenheid.” Je kunt wel het gevoel hebben dat het is zoals Steiner het beschrijft, maar dat wil nog niet zeggen dat je dat met zekerheid kunt bevestigen. Je dan rustig te realiseren dat je dit misschien wel nooit zeker zult kunnen weten en dat het daar misschien ook niet om gaat, kan mijns inziens duiden op een geslaagde vuurproef.