het dovenmansorendieet

Maarten ‘t Hart (1944) behoort tot Nederlands meest gelezen schrijvers. Behalve schrijver is hij ook gepromoveerd als bioloog. Hij liet zien uit welk hout hij gesneden is toen rond 2001 een verpleegkundige slachtoffer werd van een hetze, gevoerd door een overmacht van justitie en media. Er was jarenlang geen enkel perspectief, maar toch bleef Maarten ‘t Hart met slechts enkele anderen strijden voor haar recht, terwijl zij in de gevangenis zat. Uiteindelijk werd ze geheel vrijgesproken en schadeloos gesteld.

‘t Hart staat bekend om zijn grote belezenheid, onder meer op het gebied van de klassieke muziek in het algemeen en Bach in het bijzonder. In dit boek geeft hij blijk van grote kennis op het gebied van voeding.

Nu is het in het algemeen niet erg ingewikkeld om gezond te eten. Het volstaat toch in de meeste gevallen om af te zien van wat niet gezond kàn zijn. Een eenvoudige vuistregel daarnaast kan zijn voornamelijk onbewerkte en gevarieerde producten te nuttigen, met mate. ‘t Hart maakt echter inzichtelijk dat vandaag de dag dergelijke eenvoudige richtlijnen niet volstaan. Om een voorbeeld te noemen: Vis is op zichzelf genomen een gezond voedingsmiddel. Echter, de vis die je tegenwoordig kan kopen in de supermarkt of bij de visboer, heeft doorgaans geleefd in een sterk vervuilde omgeving, kan gevoed zijn geweest met ongepaste voedingsmiddelen en kan preventief behandeld zijn met medicijnen. Kweekvis wordt bovendien niet zelden gehouden worden in een zeer stressvolle omgeving met veel vissen in weinig water. ‘t Hart geeft over dergelijke problematische aspecten van moderne voedingsmiddelen veel nuttige informatie.

Ook gaat hij in op voedingsadviezen die tegenwoordig als gemeengoed worden beschouwd, maar bij nader onderzoek nergens op gebaseerd blijken te zijn. Zoals het advies om dagelijks 2 liter water te drinken. Hij gaat in op het verouderde idee dat vetten (b.v. in volle melkproducten) bijdragen aan overgewicht.

‘t Hart meent terecht dat onze voedingscultuur overmatig gericht is op de vraag of ‘het lekker smaakt’. Zie bijvoorbeeld het aanbod van alle vormen van zoetigheid en de grote hoeveelheden zout in producten. Hij vertelt over het voedselaanbod en de voedingsgewoonten uit zijn eigen jeugd. Het contrast met voeding vandaag de dag kan niet groter zijn.

Tenslotte betrekt Maarten ‘t Hart ook ethische overwegingen. Sowieso kan het een vraag zijn of je dieren wilt eten. Daarnaast is het ook nog eens zo dat vlees uit de supermarkt niet zelden het vlees is van levenslang mishandelde dieren die tenslotte op afschuwelijke wijze zijn gedood.

‘t Hart heeft zo zijn eigen dieet en vuistregels ontwikkeld. Zo eet hij alleen brood dat bestand is tegen een ritje met de fiets onder zijn snelbinders. Hij houdt in de gaten of de dingen die hij eet zijn stoelgang hinderen of bevorderen. (‘Ik mag overal in bijten, als ik er maar van kan schijten’). Hij probeert zijn suikerinname zoveel mogelijk te limiteren.

Al met al een interessant en inspirerend boek dat veel nuttige inzichten en achtergrondinformatie verschaft met betrekking tot voeding. Het laat je reflecteren op wat vanzelfsprekend lijkt. Het boek is net zo toegankelijk en prettig leesbaar als zijn literaire werk. ‘t Hart vermoedt echter, dat het niet veel navolgers zal hebben. Daarom heeft hij zijn ideeën alvast maar samengevat als ‘het dovenmansorendieet’.