Meteen naar de inhoud

Typische dilemma’s

Categorieën van drijfveren en waarden

Aan je gedrag liggen steeds drijfveren ten grondslag. Emoties, gedachten, verlangens enzovoort kunnen de factor zijn die je tot gedrag aanzetten. Een speciale categorie van drijfveren zijn de waarden die je hebt. Waarden onderscheiden zich binnen het geheel van drijfveren op verschillende manieren. Alle andere gewone drijfveren overkomen je, waarden kies je. Gewone drijfveren leef je uit, je hoeft je alleen maar er door te laten voortdrijven. In waarden leef je je in, om gemotiveerd tot activiteit te kunnen overgaan. Waarden kunnen je in een richting op trekken, waar de je begeerten je voort duwen.

Er bestaan allerlei indelingen van drijfveren en waarden. Hieronder vind je er één waarin de oriëntatie op jezelf enerzijds en al het andere anderzijds het uitgangspunt vormt. Zeven typische drijfveren en zeven typische waarden worden in deze indeling onderscheiden. Tegenover elk type drijfveer is een corresponderende typische waarde geplaatst. Elk paar representeert een specifiek soort gedrag, zij het gedreven zij het waardegericht. Zo beschrijft deze indeling zeven richtingen van gedrag. Het moge duidelijk zijn dat deze paren van drijfveren versus waarden in feite zeven typische dilemma’s aanduiden.

Het betreft de volgende zeven paren van drijfveren en waarden:

  1. Drijfveer – Waarde 
  2. Lust – Gezondheid 
  3. Hebzucht – Verantwoordelijkheid
  4. Onverzadigbaarheid – Dankbaarheid
  5. Boosheid – Vastberadenheid
  6. Uiterlijkheid – Authenticiteit
  7. Hatelijkheid – Integriteit
  8. Moedeloosheid – Bezieling 

Vanzelfsprekend zijn deze losse steekwoorden niet geheel dekkend voor de inhoud van de betreffende drijfveer en waarde. Je zou er ook andere woorden aan kunnen geven. Hieronder volgt nog een uitgebreidere beschrijving van elk. 

Deze indeling maakt het mogelijk elk dilemma waar iemand voor is komen te staan nauwkeurig te omschrijven. Uiterlijk gezien kunnen dilemma’s van dezelfde categorie 

schijnbaar weinig overeenstemmen. Toch komen ze inhoudelijk steeds op hetzelfde neer. Bijvoorbeeld, de één wil tijd voor zichzelf hebben, maar voelt de verplichtingen die een jong en druk gezin met zich mee brengt. Een ander wil graag leuke kleren hebben, maar leeft met haar partner van een gedeelde smalle beurs. Beiden willen iets hebben voor zichzelf, maar hebben ook nog anderen om mee rekening te houden. Het betreft in beide gevallen het dilemma hebzucht versus verantwoordelijkheid. Of de één wil graag naar een bepaalde muziek luisteren vanwege het prettige gevoel dat hij er van krijgt, al raakt hij er ook een beetje teveel van van de wereld. Een ander drinkt graag frisdrank, ook al komt hij er nogal van aan. Beiden ervaren een drang naar lust die ten koste gaat van hun gezondheid waar ze ook waarde aan hechten.

Orientatie op jezelf versus je omgeving

Binnen deze zevenheid kan je twee onderafdelingen onderscheiden van elk drie paren. Het zevende paar spiegelt als het ware de overige zes. De drijfveren lust, hebzucht en onverzadigbaarheid zijn alle drie op bevrediging geörienteerd. Bevangen door deze drijfveren ben je uit op het beleven van lust, het hebben en houden van wat je lust bereidt en op het beleven meer van dezelfde lust. De corresponderende waarden betreffende gezondheid, dankbaarheid en verantwoordelijkheid richten je weg van het zelf, naar het niet-zelf. Vanuit de drijfveren boosheid, uiterlijkheid en neid keer je je daarentegen juist tegen je omgeving, tegen het niet-zelf. Je mokt bozig, beoordeelt hooghartig en behandeld neidig wat zich aan je voordoet. De waarden die hier tegenover staan zijn gericht op een positieve houding van jezelf, onafhankelijk is van wat je als niet-zelf omgeeft. Moedeloosheid en spirit houden hierin het midden. 

Dimensies van drijfveren en waarden

Je kan deze indeling ook nog op een andere manier hanteren. Namelijk door elke drijfveer die iemand ervaart in 7 dimensies te omschrijven. In elke drijfveer bestaat, zo bezien, uit bovengenoemde elementen van lust, hebzucht, onverzadigbaarheid enzovoort. Weliswaar zal in elke specifieke drijfveer de sterkte van elk van de 7 elementen anders verdeeld zijn. Echter, in elke drijfveer is elk element verweven. 

Hetzelfde geldt voor waarden. Elke waarde impliceert gerichtheid op gezondheid, verantwoordelijkheid, dankbaarheid enzovoort. In elke gevolgde waarde staat een bepaalde dimensie voorop, maar alle zijn herkenbaar bij nadere beschouwing.

Typische dilemma’s

Hieronder volgt een beschrijving van de 7 typische dilemma’s die je in elke situatie kan herkennen. 

Lust najagen versus gezond leven. 

De lust die je ergens aan kan beleven, kan een doel op zichzelf worden. Bijvoorbeeld bij de consumptie van snoep of seks. Maar ook aan minder voor de hand liggende dingen kan iemand genot beleven als een doel op zich. Bijvoorbeeld heel fanatiek gezond eten, helemaal ‘uit je dak gaan’, of zwelgen in een idee. Lust als doel op zichzelf verdraagt zich echter niet met het in acht nemen van je gezondheid. Dat kan tot dilemma’s leiden. Het is meestal niet bijzonder ingewikkeld om te bepalen wat goed voor je is en wat niet. Voor je lichamelijke gezondheid doe je bijvoorbeeld al veel wanneer je gevarieerd en met mate eet, onbewerkt voedsel kiest, voldoende rust neemt en voldoende beweegt. Voor geestelijke gezondheid zijn bijvoorbeeld nuchterheid en verstandigheid bevorderlijker dan fanatisme of extatische toestanden.

Dingen voor jezelf willen hebben versus verantwoordelijkheid nemen. 

Iets voor alleen jezelf nemen of houden, kan indruisen tegen het belang van het geheel waar je deel van uitmaakt. Dat geheel kan je huwelijk zijn, een gezin, een groep collega’s, de buurt waarin je woont, enzovoort. Het kan soms aanlokkelijk zijn om ‘te kiezen voor jezelf’ en het grootste stuk vlees op je bord te scheppen; of je kinderen gewoon even te laten wachten zodat je fijn de tijd kan nemen voor jezelf; of alle eer voor een gezamenlijke klus naar jezelf toe te trekken; of juist de schuld van een mislukking op een ander af te schuiven. 

Hebzucht kan ook de leidende drijfveer zijn wanneer je mensen bevoordeelt in wie je jezelf ervaart. Bijvoorbeeld kan je je eigen kinderen voortrekken ten koste van andere kinderen. 

Verantwoordelijk gedrag impliceert dat je je over je eigen hebzucht heen kan zetten. Voor een leraar, maar ook voor een sporttrainer kan het bijvoorbeeld een waarde zijn om zich verbonden te voelen met – en verantwoordelijk te zijn voor alle kinderen in zijn groep en niet alleen interesse te hebben in enkele bijzondere talenten. Andersom is uiteraard ook mogelijk, dat een leraar juist verantwoordelijkheid neemt ook voor het talent van een enkeling. In plaats van het makkelijk en overzichtelijk te houden voor zichzelf. 

Meer willen van hetzelfde, versus dankbaar zijn voor met wat je hebt of krijgt. 

Zucht naar meer kan zich op alle mogelijke manieren manifesteren. Of het er nu om gaat dat je nog een paar koekjes extra wil eten, of nog meer glazen alcohol wil drinken, of dat je naar nog meer aandacht of complimentjes hengelt. Het kan ook zijn dat iemand een gemis voelt, b.v. naar geborgenheid, en daar onverzadigbaar naar zoekt bij een ander. Soms kan een gemis niet meer worden vervuld, omdat de periode voorbij is waarin het gemis is ontstaan en nog had kunnen worden vervuld door een ander. Dit kan het geval zijn bij een voortdurend verlangen naar aandacht, dat in de kindertijd onvervuld is gebleven. Meer van hetzelfde leidt in zo’n geval niet tot vervulling. Je kan op een gegeven moment merken dat je verlangen bodemloos is. Alle bevrediging die je kan ervaren maakt alleen maar de zucht naar meer groter. 

Het bodemloze verlangen naar meer kan soms schuil gaan achter een afwerende houding. Aardige gestes of woorden worden b.v. afgehouden met de opmerking ‘dank je wel, maar ik snap niet hoe je er bij komt’. Of door direct een tegenprestatie tegenover een vriendelijk gebaar te plaatsen. Het is dan toch de kunst om iets positiefs eenvoudig dankbaar in ontvangst te nemen en het daarbij te laten. Ook al doet dat pijn.

Het is de kunst op tijd te kunnen stoppen en genoegen te nemen met wat je al hebt (gehad). Het kan dan moeilijk worden om het te laten bij een simpel “dankjewel” of “zo is het mooi geweest”. Je kan koesteren wat wat je hebt of hebt gehad en met je meedragen als iets wat dierbaar is. De pijn die deze keuze dan zal oproepen, zal om aandacht vragen. Zoals het geval is bij alle keuzes die je maakt. 

Dankbaarheid voor wat je hebt, wil niet zeggen dat je dient af te zien van waar je naar verlangt. In dit verband gaat het er slechts om af te zien van verlangens die niet kunnen worden vervuld, doordat het nooit genoeg is. Het kan dus ook bodemloos zijn om iets te verlangen van iemand die dat niet kan geven. Iemand kan bijvoorbeeld merken dat hij aandacht krijgt van een ander, maar niet de aandacht die hij wil. Bijvoorbeeld staat een vader altijd klaar voor zijn dochter om te helpen met praktische zaken. Echter voelt deze dochter zich niet bevredigt. Ze zou willen dat haar vader eens belangstelling toont voor hoe het met haar gaat. Hun contact ontwikkelt zich echter niet zoals ze het zou willen, ondanks alle inspanning. Het kan een dilemma zijn om ofwel van hem te verlangen wat hij niet geeft, ofwel genoegen te nemen met zijn hulp; en om wat ze verder nog verlangt bij anderen te zoeken. 

Als je elke keer opnieuw in dankbaarheid iets kan aannemen, kan er op den duur toch een bodem ontstaan in een voorheen schijnbaar bodemloze put. Zo nam iemand zich eens voor om in zijn werk zich niet langer te verschuilen achter zijn rol als professional. Hij wilde dichter bij zichzelf blijven. Dit riep een enorme spanning bij hem op en een sterk verlangen naar bevestiging. Maar wat mensen ook zeiden, het kwam eigenlijk niet aan en het was nooit genoeg. Hoe veel positieve reacties hij ook kreeg, hij bleef onverminderd angstig. Tot hij besloot om  steeds opnieuw elke aardige reactie uit zijn omgeving echt aan te gaan nemen. Weliswaar werd zijn spanning daarmee niet direct helemaal opgelost. Toch maakte zijn besluit een nieuw groeiproces mogelijk. Vanaf dat moment kwam hij langzamerhand kwam hij tot rust en ontwikkelde hij nieuw zelfvertrouwen. 

Boos blijven versus vasthouden aan een genomen besluit en de situatie naar je hand zetten

Het kan boos maken als je in een situatie komt waar je niet in wilt zijn. Bijvoorbeeld wanneer je behandeld wordt op een manier die je niet wilt. Voor zover je verzet tegen zo’n omstandigheid alleen maar bestaat uit het tot uitdrukking brengen van je boosheid, zal dit doorgaans niet tot een echte verandering leiden. Het uitleven van boosheid kan er zelfs toe leiden dat je alleen maar nog bozer wordt. Je ervaart dan langzamerhand een machteloze woede die echter nog steeds tot niets leidt. 

Een situatie die je boos heeft gemaakt vraagt om een keuze die ertoe leidt dat je boosheid kan zakken. Je kan altijd een richting inslaan waarmee je jezelf redt. Je boosheid kan hiertoe de kracht leveren. 

Het zal niet in alle gevallen direct duidelijk zijn hoe je dat het beste kan aanpakken. Toch is het de kunst om uit de hoek te komen waar de klappen vallen; om een nieuw kader te schappen waardoor je ‘ja’ kan gaan zeggen tegn de situatie, ook al is het met tegenzin. Met andere woorden, het komt erop aan een draai te geven aan de situatie, zodanig dat wat je boos heeft gemaakt aanvaardbaar wordt. Dat wil niet zeggen dat je daardoor direct sympathie dient te voelen, waar je eerst antipathie voelde. Je kan dan echter wel accepteren wat er is, doordat je er een weg mee hebt gevonden.

Iemand bezocht regelmatig haar oude moeder. Deze had de gewoonte om tijdens zo’n bezoek na enige tijd te gaan lezen tot aan etenstijd. Ook haar dochter werd dan geacht te gaan lezen. Deze ergerde zich echter vreselijk eraan dat het bezoek op deze manier werd vorm gegeven door haar moeder. Ze vond het ook zonde van de boeken die ze graag las, want onder die omstandigheid kon ze helemaal niet van genieten van het lezen. Ze voelde zich machteloos, want haar moeder bleek niet ertoe genegen om haar gewoonte te veranderen. Tot ze op de gedachte kwam om dat ze niet per sé een goed boek hoefde te lezen tijdens die uurtjes. Het kon ook haar administratie zijn die ze dan ging doornemen. Zo wist ze er het beste van te maken. De situatie met het lezen tijdens een bezoek werd voor haar acceptabel, haar woede zakte. 

Zo’n nieuwe ordening komt tot stand door een keuze te maken voor wat je wil en je daaraan te houden. Dat impliceert dat je grenzen stelt aan wat je niet meer wilt; en deze grenzen ook daadwerkelijk verdedigt als het erop aan komt. Wie alleen maar grenzen stelt, zonder ze ook daadwerkelijk te verdedigen, vindt zichzelf vroeger of later terug bij af. 

Een andere dochter kreeg regelmatig onaangekondigd bezoek van haar oude vader. Ze wilde hem weliswaar graag binnen laten als ze in goede doen was. Echter, vaak voelde ze zich niet goed in staat hem te ontvangen. Ze was dan al overprikkeld en uit balans en kon zijn bezoek er niet goed bij hebben. Ze had dit vaker uitgelegd en gevraagd om eerst even te bellen of een bezoek uitkwam. Dit deed hij echter niet en zijn onaangekondigde bezoekjes maakten haar erg boos en verergerden haar psychische toestand. Tot ze besloot om hem duidelijk te maken dat ze hem niet meer zou binnenlaten, als hij niet eerst zou bellen. Ze zag hier erg tegen op, want ze vreesde dat haar vader dit niet zou accepteren. Om een lang verhaal kort te maken, vader trok zich hier inderdaad niets van aan bij de eerstvolgende gelegenheid. Zijn dochter echter hield voet bij stuk, wat haar vader in razernij deed ontsteken. Hierna heeft hij nooit meer haar een bezoek gebracht en ook niet gebeld om te vragen of het uitkwam. Zij dochter vond dit spijtig, maar nog altijd beter dan de situatie waarin ze zich machteloos voelde en uitgeput door zijn bezoekjes. 

De drang tot mokken of tieren is alleen te overwinnen door te handelen naar je voornemen en daar niet meer vanaf te wijken. Wat er ook gebeurt. Aan elke situatie kan je een draai geven, die niet meer teniet kan worden gedaan, zolang je standhoudt tenminste. Gevoelens van machteloosheid zet je zo om in gevoelens van macht. Je zet de situatie naar je hand, creëert een nieuwe realiteit waarin je boosheid kan zakken en oplossen. 

Iemand had de neiging om rond een bepaalde tijd in de avond op zoek te gaan naar snoep of snacks. Het frustreerde hem dat hij hier ondanks zijn voornemens geen weerstand aan kon bieden. Hij besloot rond die tijd zijn tanden te gaan poetsen en inderdaad werkte dit voldoende. Want de drang om te eten was minder sterk dan het gevoel dat het te ver ging 

om ’s avonds na het tandenpoetsen gaan snoepen en daardoor op één avond twee keer zijn tanden te moeten poetsen. Op den duur lukte het hem om zich aan zijn voornemen te houden, ook zonder deze ingreep met het tandenpoetsen. 

Elke keuze voor wat je belangrijk vindt is in feite een confrontatie met de werkelijkheid. En confrontaties roepen weerstand op. Het komt er op aan om aan je nieuwe koers onverzettelijk vast te houden ondanks de weerstand. Zowel die vanuit jezelf, als die vanuit anderen. Keuzes werken alleen als je consequent je nieuwe lijn weet te handhaven. 

Het maken van – en vasthouden aan een keuze werkt begrenzend. Niet alleen begrens je jezelf en de drijfveren die jou tot dan toe vooruit duwden. Ook op anderen werken je keuzes begrenzend, doordat je niet meer open staat voor wat buiten de richting valt die je op wilt.

Zoals eerder reeds genoemd, grenzen zijn er om te verdedigen nadat je ze gesteld hebt. Het is daarbij niet van belang of je je tegen jezelf moet verdedigen, of tegen anderen. Het komt er in alle gevallen op ervoor te zorgen dat je op koers blijft.

Het kan zijn dat je keuze alleen door te zetten is door terug te komen op een gedane toezegging; of door consequenties te verbinden aan iemands gedrag. Dat kan voelen als een beangstigende sprong in het diepe. Wat je dan ertoe kan brengen om door te zetten en vol te houden is je boosheid over wat je niet wil en je hang naar wat je wel wil.

De enige goede reden om dan nog een keuze af te zien, is de constatering dat je niet goed zit. Een mens kan zich tenslotte vergissen, of tot nieuwe inzichten komen. 

Net als andere drijfveren kan je wrok niet eenvoudig wegmaken, wanneer deze eenmaal is opgeroepen door de situatie. Het gaat er alleen om je te realiseren waar je wrok precies betrekking op heeft. Dat zal niet steeds direct duidelijk zijn. Soms kan je bij nader inzien ontdekken dat je in wezen boos bent op iemand anders dan je in eerste instantie dacht. Je boosheid ten opzichte van degene op wie je boosheid zich in eerste instantie richtte kan dan tot je verbazing vrijwel volkomen zakken. Je kan tot de conclusie komen dat er met die persoon helemaal geen probleem is dat de moeite waard is om aan te pakken. Je zal dan echter alsnog iets te doen hebben met degene op wie je werkelijk boos blijkt te zijn. 

Het kan ook zijn dat je tot begrip komt voor iemand en vervolgens helemaal geen boosheid meer ervaart. Iemand ergerde zich eens in de trein aan een medepassagier omdat deze niet ingreep in het lawaai dat zijn rusteloze kinderen maakten. Tot hij erachter kwam dat ze op de terugweg waren van een ziekenhuisbezoek aan hun ernstig zieke moeder. 

Uiteraard kan het opbrengen van begrip voor iemand ook een manier zijn om het besef te onderdrukken dat eigenlijk de confrontatie dient aan te gaan. 

Het één sluit het ander ook niet uit, integendeel. Wie boosheid ervaart, doet er altijd goed aan om zowel tot begrip te komen voor degene die hem boos heeft gemaakt; als om zich uit de situatie te redden middels een keuze waar hij aan vasthoudt. 

Wie zich overgeeft aan machteloze boosheid, aan gemok of geraas over een situatie, zal hier  in het algemeen weinig mee opschieten. Als je merkt dat je blijft mokken, dan is het kennelijk nog niet gelukt om van machteloosheid te komen tot machtigheid. Je hebt jezelf nog niet voldoende weten door te zetten tegenover degene om wie het werkelijk gaat. Je blijft daardoor machteloos boos tot je je conclusies hebt getrokken en beslissingen hebt genomen vanuit macht.

Het kan ook zijn dat je weer opnieuw boos wordt, ondanks een eerder genomen besluit. Dan is het zaak je besluit te vernieuwen en opnieuw te overwegen wat je te doen staat.

Je verschuilen achter uiterlijkheden versus oprecht blijven over wat innerlijk speelt.

Het kan verleidelijk zijn om je te verschuilen achter poses en houdingen. Je kan jezelf zodanig manifesteren dat je je in feite verbergt achter jezelf – voor anderen en zelfs ook voor jezelf. 

Enkele voorbeelden van dilemma’s in dit verband zijn de volgende. 

Een zoon vermijdt de confrontatie met zijn vader en wil niet boos zijn op hem. Hij probeert zich te kalmeren met verklaringen over de moeilijke jeugd van zijn vader en de conclusie dat zijn vader niet zo ver is als hijzelf. In het contact doet hij alsof zijn neus bloedt.

Een vader wil graag dat het contact met zijn zoon wordt hersteld. Hij wil echter geen initiatief hiertoe nemen, want hij vindt dat een zoon respect moet tonen en de eerste stap moet doen. 

Een moeder vindt het moeilijk om te erkennen dat ze soms haar kind wel achter het behang kan plakken. Ze blijft zich lief opstellen in de hoop dat haar kind de boodschap zal oppikken zijn gedrag te veranderen. 

Een dochter voelt zich ergens dankbaar en loyaal aan haar moeder. Daarom zegt ze maar niet wat ze denkt, ook al knaagt het aan haar. 

  Een vrouw zou graag zich wat stoerder kleden, maar vindt dat niet erg spiritueel van zichzelf. Wat zal ze nu kopen voor zichzelf?

Een man voelt zich verdrietig, maar heeft er moeite mee dat toe te laten. Tenslotte huilt een man niet, dan ben je een watje!

Goede bedoelingen, redenen, omstandigheden, emoties enzovoort kunnen alle uiterlijkheden vormen om je achter te verschuilen. Wat innerlijk werkelijk voor je speelt, kan je daarmee naar de achtergrond dringen. Wat iemand voelt, denkt of zegt kan ver af staan van wat nog meer aan de hand is maar verborgen wordt gehouden. Dat kan een gevoel van veiligheid of comfort geven in het contact met anderen. Wanneer je moeilijk meer anders kan, zijn echter je gevoel van vrijheid en je flexibiliteit afgenomen.

Wie zich verliest in uiterlijkheden, zal ook bij anderen daarop gericht raken. Je kan gedrag van een ander beoordelen zonder nog oog te (willen) hebben voor wat er in hem omgaat. 

Bijvoorbeeld door terzijde te schuiven dat je kind niet erg gelukkig lijkt te worden van het leven van maatschappelijk succes en rijdkom dat je hem probeert te laten leiden. Of door in het contact met een ander op alle slakken zout leggen zonder rekening te willen houden met iemands goede bedoelingen. Andersom kan je ook er toe gaan neigen iemands gedrag alleen nog maar te beoordelen in het licht van zijn veronderstelde goede bedoelingen of moeilijke omstandigheden. Terwijl het gedrag van die ander iets heel anders bij je oproept. Alleen maar oog hebben voor bedoelingen of omstandigheden is ook een vorm van jezelf verliezen in uiterlijkheden. 

Tegenover een overmatige gerichtheid op uiterlijkheden staat de mogelijkheid om eerlijk en op oprecht te blijven over wat er in je omgaat. Naar jezelf toe en naar anderen. 

Ook wanneer het bijvoorbeeld verleidelijk is geworden om de schijn op te houden, weg te kijken en jezelf maar wat wijs te maken. Je kan steeds jezelf onder ogen komen of oog houden voor wat er werkelijk speelt bij de ander.   

Het komt er daarbij niet zozeer op aan om jezelf te laten gelden, je punt te maken of al je gevoelens te uiten. Het gaat er meer om om eerlijk te laten zijn wat er in jezelf omgaat; om oprecht te blijven en daar een vorm bij te vinden. Het impliceert dat je de balans houdt tussen vormelijkheid en echtheid. Het is niet zinvol en ook niet oprecht om gewoon maar alles te zeggen wat je denkt. Daar staat tegenover dat het ook niet zinvol is om niet te respecteren wat je eigenlijk denkt of voelt. 

Respect voor het wezenlijke van jezelf of een ander kan al tot stand kan komen in kleine gedragingen. De keuze voor echtheid kan je al tot stand brengen in je lichaamshouding, of in je stemgebruik. 

Zonder de uiterlijke verhoudingen uit het oog te verliezen kan je in elke situatie ervoor kiezen te laten zijn wat er innerlijk is. Het kan bijvoorbeeld verleidelijk zijn om je helemaal te vereenzelvigen met een uiterlijke rol. Zoals die van ‘dokter’ of van ‘patiënt’, of van vader of van zoon. Zo’n uiterlijke rol vraagt weliswaar om een bijbehorende vorm, maar het maakt veel uit of het dan nog lukt om oprecht aanwezig te blijven in de situatie. Dat lukt niet vanzelfsprekend. Zo was er eens een man die tot priester was gewijd, maar na 

zijn wijding niet meer wist hoe om te gaan met zijn broers en zussen. Hij had zich verloren in zijn rol en kon niet meer anders dan voor hen ook een priester te spelen. 

Het verwijdert je echter van jezelf en van anderen als je toegeeft aan de drang iets heel anders voor te wenden dan wat er in essentie is. Dat is een vorm van doen alsof, van jezelf niet laten kennen. Daarmee plaats je je boven de ander of juist eronder. Je kan je machtig of juist zwak voordoen, alwetend of onwetend. Het is echter om het even of je jezelf opblaast of juist klein voordoet. Groot van buiten en klein van binnen, of juist klein van buiten en groot van binnen, het komt op hetzelfde neer. Het gaat voorbij aan wat er in jezelf of een ander omgaat. Er is dan geen sprake meer van gelijkwaardigheid. In feite is er bij overmatige gerichtheid op uiterlijkheden altijd sprake van hoogmoedigheid. Ook als je je uiterlijk klein maakt. 

 

Uiteraard kan het heel verstandig zijn om jezelf niet te laten kennen of iets voor te wenden. Dat kan juist een waardengerichte keuze zijn. Dat is echter een ander soort situatie dan die waarin je je tot uiterlijke schijn verleid voelt ten koste van de realiteit in jezelf.

 

Hatelijk doen uit jaloezie of afgunst versus integer optreden in woord en daad.

Ook hatelijkheid is een typische en onvermijdelijke drijfveer, die bij iedereen kan en zal opkomen. In het contact met anderen hangen kleinere of ernstigere hatelijkheden samen met afgunst. Dit kan heel subtiel blijven, b.v. in de vorm van het koesteren van negatieve gedachten over een ander. De afgunst die je daarbij ervaart hoeft niet eens duidelijk in het bewustzijn te treden. Ook een onopvallende geste, of een terloopse opmerking kan hatelijk bedoeld zijn en een uiting van afgunst. Dit geldt ook voor het koesteren van hatelijke gedachten. Echter hebben zelfs zulke stille, schijnbaar onzichtbare gedragingen hun invloed op jezelf en je omgeving. Ook met woorden, hoe verborgen ook, kan je een ander wat aandoen. Ook al wordt dat schijnbaar niet zichtbaar, je functioneren wordt er toch mede door bepaald. Dat werkt op ongunstige wijze door in je interacties met anderen. Drijfveren die je op de een of andere manier uitleeft, verborgen of openlijk, zijn nu eenmaal waarneembaar voor anderen.

Jaloers of afgunstig gedrag kan ook grotere proporties aannemen en uitmonden in venijnig kwaadspreken en zelfs in het leveren van nare streken. “Hij is misschien wel heel goed in zijn werk, maar thuis is hij een waardeloze echtgenoot.” Zo vertrouwde een collega mij eens toe. Een ander meende dat hij ook wel zo beneidenswaardig veel werk kon verzetten, als hij net zo weinig tijd nam voor zijn eten, als de betreffende persoon. Een moeder schamperde eens over haar dochter dat ze een aandachttrekker was. Haar afkeer bleek vooral een een uiting van jaloezie op de nabijheid die haar dochter kon ervaren in het contact met anderen. 

Het uitleven van een gewone drijfveer leidt niet tot iets wat werkelijk zinvol is. Het kan hooguit kortstondig bevredigen. Dat geldt ook voor de drang tot afgunstige hatelijkheden. Tegenover die drang kan je de keuze plaatsen voor integriteit in woord en daad. Hieronder kan je verstaan de intentie om werkelijk te staan voor alles wat je uitleeft en van je uitgaat. Een leidraad kan het zijn om een ander te behandelen zoals je zelf wil worden behandeld. Je kan ook als uitgangspunt nemen dat je zodanig over een ander praat, dat het in orde zou zijn als die ander het ook werkelijk hoorde. Zo’n keuze is niet alleen een mogelijkheid voor je gedrag in woord en daad, maar zelfs tot voor je gedachten. Gedachten heb je weliswaar niet helemaal in de hand. Toch maakt het verschil wanneer je opkomende hatelijkheden niet heimelijk koestert. 

Neidig gedrag kan gericht zijn tegen een ander, maar ook tegen jezelf. Zoals je uit afgunst naar kan doen jegens een ander, zo kan dat ook naar jezelf vanuit een onbevredigd verlangen ergens naar. Je verwijt jezelf dat jou niet ten deel valt, wat je beneidt aan de ander. De meest negatieve gedachten kan iemand jegens zichzelf koesteren. 

Bijvoorbeeld kan iemand zich vergelijken met een ander, concluderen minder te hebben bereikt en vervolgens tegen zichzelf zeggen: “je bent toch ook niet helemaal niets, een nul!” Voor de hatelijkheden jegens jezelf geldt hetzelfde als voor de hatelijkheden jegens een ander. Je kan er voor kiezen jezelf te behandelen zoals je ook een ander zou behandelen. Je hoeft je stekeligheden tegenover jezelf niet door te zetten of jezelf omlaag te halen. De keuze voor integer gedrag, uiterlijk èn innerlijk, heeft niet alleen betrekking op anderen, maar ook op jezelf. 

Uit moedeloosheid tot passiviteit vervallen versus motivatie putten uit wat je waardevol vind.

Gerichtheid op wat je wil kan enthousiasme wekken voor wat je doet. Echter, vroeger of later kan je ontmoedigd raken en er toe neigen op te geven. De moed kan je bijvoorbeeld in de schoenen zinken, als je merkt dat een keuze niet zo gemakkelijk vast te houden is en in daden om te zetten. De vraag of je ooit je doel gaat bereiken en hoe je dat zou moeten doen, kan je helemaal deprimeren en passief maken. Het kan na een tijd allemaal zinloos en kansloos lijken om te gaan voor wat je wilt.

Wanneer het idee van wat je eigenlijk wil direct zoveel innerlijke weerstand oproept, kan het zelfs zo zijn dat je het aantrekkelijke van je waarden niet eens meer voelbaar kan voelen. Ook dat kan erg ontmoedigend werken.  

In elke situatie waarin je dreigt te worden overmand door gevoelens van moedeloosheid, 

komt het erop aan toch (weer) gemotiveerd te raken. Het kan dan helpen om je af te vragen: Waarom wilde ik dit ook al weer? Waarom is dit belangrijk? Geef ik het op of ga ik door? Wat staat me te doen om er weer in te kunnen geloven?

De keuze voor enthousiasme en motivatie is voelbaar als een innerlijke kracht die je opbrengt. Het kan een gemotiveerde keuze zijn om je meer richten op verwerking van emotionele problematiek, om zodoende tot meer in staat te raken dan je nu kan. Misschien besluit je simpelweg ervoor om tijdelijk afleiding te zoeken, zodat je daarna weer met goede moed verder kan. Ook de vraag aan een ander om je moed in te praten als je het niet meer ziet zitten, kan een keuze zijn voor motivatie en vooruitgang in tijden van somberheid. Het kan erop aan komen dat je het opbrengt om te analyseren wat er mis ging, zodat je meer kans hebt op succes in de toekomst. Of om je wat meer te richten op wat tot dusver wel goed ging, ook al is er veel wat je naar beneden kan trekken. 

Steeds opnieuw voor ogen te houden waar je het voor doet, is een keuze tegen de moedeloosheid in. Het maakt niet uit hoe je doet, als het maar lukt om jezelf uit het slop te trekken en jezelf te herpakken. Je dient ervoor te zorgen dat je weer kan geloven in wat je wilt en opnieuw kan kiezen voor de weg voorwaarts. De verleiding om het er  bij te laten zitten en op te geven kan sterk zijn, maar een keuze is er altijd.

Je kan je altijd opnieuw laten motiveren door – en je richten naar wat belangrijk is voor je. Als je die motivatie niet kan voelen, kan het zijn dat je je op het verkeerde richt. Het is een misverstand dat je je motivatie altijd zou moeten halen uit het feit dat je het voor jezelf doet. Dat hoeft helemaal niet motiverend te zijn. Het kan in sommige gevallen veel beter werken om je te laten motiveren door het belang van een ander. Iemand zag bijvoorbeeld eens erg er tegen op om de confrontatie aan te gaan met haar vader en moeder. Ze zag dat helemaal niet zitten en werd moe van het idee. Tot ze zich realiseerde dat het belang van haar kinderen er helemaal niet mee was gediend als ze het er bij zou laten zitten. Het belang van haar kinderen was voor haar zo belangrijk, dat ze haar moedeloosheid ermee kon overwinnen. Ze vond het nog steeds niet leuk om die confrontatie aan te gaan, maar ze was wel gemotiveerd om het toch te doen.

Elke keuze gepaard gaat met weerstand, ook die om niet ontmoedigd op te geven. Ook  de richting waar je in wezen gemotiveerd voor bent, kan verdriet, angsten, boosheid of andere nare emoties en gedachten oproepen. Het is dan zaak om je niet te laten leiden door dat verdriet of welke emotie dan ook. Wel zal aandacht voor die emotionele weerstand 

belang zijn om tot resultaat te komen, zoals bij elke keuze het geval is. 

Oefening welke dilemma’s kom ik tegen?

Hieronder zie je enkele typische dilemma’s op een rijtje. Probeer voor elk dilemma een voorbeeld te geven waarin je toegaf aan een bepaalde drijfveer. Geef daarnaast een voorbeeld van eenzelfde soort dilemma, waarin je de keuze maakte voor een waarde.

Je kan deze oefening richten op de grootste dilemma’s waarmee je worstelt of hebt geworsteld. Je kan deze oefening ook richten op je ervaringen van bijvoorbeeld vandaag of gisteren. Waarschijnlijk kan je ook dan voor alle waarden en drijfveren een voorbeeld vinden. 

  1. Lust of plezier najagen versus kiezen voor gezondheid

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

2. Dingen jezelf toe-eigenen versus kiezen verantwoordelijkheid nemen voor het geheel

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

3. Meer van hetzelfde najagen versus dankbaar zijn voor wat je hebt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

4. Mokken of tieren versus vasthouden aan een besluit

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

5. Je verschuilen achter uiterlijkheden versus oprecht blijven in wat je denkt en voelt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

6. Afgunstig hatelijk doen versus integer blijven 

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde

7. Moedeloos bij de pakken neerzitten versus jezelf motiveren voor wat je belangrijk vindt

voorbeeld waarin je toegaf aan deze drijfveer – voorbeeld waarin je koos voor deze waarde